Centrale Raad: ondubbelzinnig verplichtingen niet willen nakomen

Logo_rechtspraakOp 1 juli 2012 is de uitsluitingsgrond van art. 13 lid 2 aanhef en onder d WWB1 in werking getreden. Dat artikel is alleen van toepassing op personen tot 27 jaar (jongeren) uit  wiens houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat hij de verplichtingen, bedoeld in art. 9 lid 1 WWB,2 niet wil nakomen. De Raad oordeelt over de vraag of het college het recht op uitkering op die grond mocht intrekken (CRVB:2015:17).

Feiten en omstandigheden
Belanghebbende (geboren in 1989) ontvangt sinds 9 oktober 2012 als alleenstaande een WWB-uitkering. Aan het besluit tot toekenning van bijstand is een door de Dienst Werk en Inkomen (DWI) opgesteld plan van aanpak3 verbonden met als doel dat belanghebbende zo snel mogelijk een eigen inkomen verkrijgt door een combinatie van scholing en werk. In het plan van aanpak is onder meer opgenomen dat aan belanghebbende een traject bij Re-integratiebedrijf Amsterdam (RBA) wordt aangeboden. Hij is verplicht om afspraken met de DWI en met derden na te komen. Wanneer dit niet mogelijk is, moet hij deze tijdig afzeggen. In het toekenningsbesluit is onder meer vermeld dat belanghebbende moet meewerken aan de uitvoering van dit plan van aanpak en dat, als hij dit niet of onvoldoende doet, het college de uitkering kan verlagen of intrekken.

Zonder bericht niet verschenen
Het college nodigt belanghebbende ui bij brief van 15 januari 2013 om op 24 januari 2013 te starten met de oriëntatieperiode voor een traject bij RBA. Hij verschijnt die dag zonder bericht niet. Op 28 januari 2013 leggen twee medewerkers van de DWI een huisbezoek af, waarbij belanghebbende niet thuis is aangetroffen. Op 30 januari 2013 meldt belanghebbende zich ziek. Daarop volgend vindt op 5 februari 2013 wederom een huisbezoek plaats. Daarbij verklaart belanghebbende dat hij naar de huisarts zou gaan en dat hij om een medische verklaring zou vragen. Op 11 februari 2013 is belanghebbende nog steeds ziek en vindt nogmaals een huisbezoek plaats. Belanghebbende verklaart daarbij dat hij last van zijn rug heeft en dat hij een verklaring van de huisarts had gekregen, maar dat hij die nog moet ophalen. Verder deelt hij mee dat hij de volgende dag naar het traject zou gaan.

Start traject
Op enig moment start belanghebbende met het traject. Op 21 februari 2013 verschijnt hij echter zonder bericht niet op het traject. Nog dezelfde dag leggen twee medewerkers van de DWI een huisbezoek af. Belanghebbende wordt niet thuis aangetroffen. Op 28 februari 2013 meldt belanghebbende zich opnieuw ziek, waarna de medewerkers van de DWI wederom een huisbezoek afleggen. Daarbij verklaart belanghebbende dat hij last heeft van zijn verstandskies, dat hij een foto van de verstandskies had laten maken en dat hij wachtte op een oproep van de tandarts/specialist om de kies te laten verwijderen. Op 13 maart 2013 verschijnt belanghebbende zonder bericht niet op het traject. Tijdens het op diezelfde dag afgelegde huisbezoek wordt hij niet thuis aangetroffen. Belanghebbende is vervolgens opgeroepen voor een gesprek bij de DWI op 26 maart 2013. Hij verschijnt zonder bericht niet.

Waarschuwing
Bij besluit van 9 april 2013 geeft het college aan belanghebbende een waarschuwing omdat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan het traject waarin hij is geplaatst. Vervolgens is hij opgeroepen voor een zogeheten afstemmingsgesprek bij de DWI op 15 april 2013. Belanghebbende verschijnt zonder bericht niet. Bij besluit van 15 april 2013 verlaagt het college de bijstand gedurende een maand met 30% wegens het niet nakomen van de verplichtingen die zijn verbonden aan de bijstand.

Opnieuw ziekmelding
Belanghebbende meldt zich op 15 en 17 april 2013 opnieuw ziek. Tijdens het op 17 april 2013 afgelegde huisbezoek verklaart belanghebbende tegenover de medewerkers van de DWI dat hij last had van een zere keel en psychische klachten. Verder doet hij zijn beklag over de DWI, van welke dienst volgens hem niets deugt omdat de medewerkers van de DWI afspraken niet nakomen. Belanghebbende is uitgenodigd voor een afstemmingsgesprek op 23 april 2013, maar verschijnt daar niet. Vervolgens verschijnt hij zonder bericht niet op het traject op 15 mei 2013. Bij een huisbezoek de daarop volgende dag is hij niet thuis aangetroffen. Zijn moeder, die daar wel aanwezig was, zegt tegen de medewerkers van de DWI dat hij waarschijnlijk bij zijn vriendin thuis is. Op 27 mei 2013 meldt belanghebbende zich wederom ziek. Bij een huisbezoek op die dag verklaart hij wat misselijk te zijn en psychische problemen te hebben die met name veroorzaakt zijn doordat hij schulden heeft. Verder geeft hij te kennen zich niet thuis te voelen in het horecatraject en liever administratief werk te doen of werk in een kledingwinkel. In een rapport van 30 mei 2013 concludeert zijn klantmanager dat belanghebbende niet meewerkt aan zijn traject. De bijstand is met ingang van 1 juni 2013 geblokkeerd.

Intrekken recht
Het college trekt het recht op bijstand bij besluit van 12 juli 2013 in en handhaaft dat besluit in een beslissing op bezwaar. Daaraan ligt ten grondslag dat belanghebbende jonger is dan 27 jaar en dat uit zijn houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat hij de aan de bijstand verbonden verplichtingen van art. 9 lid 1 WWB niet wil nakomen. Belanghebbende komt in beroep. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende komt in hoger beroep.

Het oordeel van de Raad
Art.13 lid 2 aanhef en onder d WWB, voor zover van belang, bepaalt dat geen recht op algemene bijstand heeft degene die jonger is dan 27 jaar en uit wiens houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat hij de verplichtingen, bedoeld in art. 9 lid 1, niet wil nakomen.

Standpunt belanghebbende
Belanghebbende voert aan dat bij het college bekend was dat hij gezondheidsklachten had waardoor hij niet volledig kon participeren in het traject waarin hij was geplaatst. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat hij niet aannemelijk maakt dat hij om medische redenen niet aan het traject kon deelnemen. Hij heeft meermaals toegezegd een verklaring van zijn huisarts over te zullen leggen, maar heeft dit niet gedaan. Verder is hij, ook buiten de ziekmeldingen om, vele malen niet verschenen op het traject zonder daarvoor een reden op te geven. De door hem aangevoerde beroepsgrond dat hij voornemens was om zijn studie weer op te pakken en daar zijn tijd in investeerde, slaagt evenmin.
De wens om zijn studie weer op te pakken ontslaat hem immers niet van zijn verplichting om de met de DWI en het RBA gemaakte afspraken na te komen, dan wel deze tijdig met een gegronde reden af te zeggen. Bovendien merkt het college terecht op dat hij op 29 november 2012 weliswaar te kennen geeft dat hij een opleiding wilde gaan volgen tot studiotechnicus/producer, maar dat niet is gebleken dat hij nadien daarvoor serieuze en concrete activiteiten heeft ondernomen. Ook blijkt niet dat belanghebbende, zoals hij aanvoert, meermaals te kennen heeft gegeven in een ander traject geplaatst te willen worden. Dat heeft hij pas gezegd tijdens het huisbezoek van 27 mei 2013 tegen de medewerkers van de DWI die hem toen, een half jaar na het opstellen van het plan van aanpak, bezochten. Aan zijn klantmanager heeft hij dit niet kenbaar gemaakt. Het college merkt terecht op dat de oriëntatieperiode van maximaal zes weken juist was bedoeld om te bepalen of de gekozen richting ook in de praktijk goed aansluit op de mogelijkheden van betrokkene.

Houding en gedrag niet aangepast, geen ruimte voor belangenafweging
Belanghebbende heeft, nadat hij een waarschuwing had ontvangen en zijn bijstand eenmalig was verlaagd met 30%, zijn houding en gedrag niet aangepast. Hij is, ook nadat hem op 15 april 2013 een maatregel was opgelegd, wederom zonder bericht niet op afspraken verschenen. De Raad is dan ook met de rechtbank en het college van oordeel dat ondubbelzinnig is gebleken dat hij niet wil voldoen aan zijn verplichtingen als bedoeld in art. 9 lid 1 WWB. Op grond van de in art. 13 lid 2 aanhef en onder d WWB opgenomen uitsluitingsgrond voor jongeren tot 27 jaar was het college gehouden de bijstand van hem in te trekken. Daarbij is geen ruimte voor de door belanghebbende verlangde belangenafweging in verband met zijn financiële situatie.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies


  1. ongewijzigd gebleven in de Participatiewet 

  2. ongewijzigd gebleven in de Participatiewet 

  3. art. 44a WWB/PW 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

2 × 5 =