Centrale Raad tussenuitspraak scholingsplicht jongere

Logo_rechtspraakDe eerste (tussen)uitspraak van de Raad over de toepassing van de uitsluitingsgrond op grond van artikel 13 lid 2 aanhef en c WWB (CRVB:2014:3351). Er zijn veel rechtbankuitspraken over de vraag of het college de bijstand kan weigeren dan wel het recht kan intrekken omdat de jongere uit Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen. Deze uitsluitingsgrond heeft de rechtsvraag in zich of het college de jongere het (bewust) niet volgen van onderwijs kan tegenwerpen door de uitsluitingsgrond toe te passen. Daarvoor verwijs ik naar andere blogs over de scholingsplicht1. De onderliggende rechtbankuitspraak van de onderhavige zaak is in eerder blog ook al aan bod geweest.

De feiten en omstandigheden
Belanghebbende (geboren in 1987 en jonger dan 27 jaar) ontving tot 12 februari 2013 een WW-uitkering. Na een eerdere melding heeft hij zich op 15 april 2013 opnieuw gemeld om een bijstandsuitkering aan te vragen. Belanghebbende heeft op 18 april 2013 een gesprek met een medewerker van het college. Die informeert hem dat een persoon die jonger is dan 27 jaar en regulier onderwijs kan volgende geen recht heeft op bijstand. Alvorens de aanvraag om bijstand te mogen behandelen moet hij eerst gedurende vier weken alles zelf in het werk stellen om reguliere onderwijs of betaald werk te vinden. Hem is duidelijk gemaakt dat hij zich aan een drietal afspraken moet houden:

  1. uitzoeken of hij weer naar school kan en wanneer de opleiding start; en
  2. zich bij ten minste vijf uitzendbureaus als werkzoekend inschrijven; en
  3. minimaal twintig sollicitaties verrichten en de bewijsstukken en resultaten daarvan bewaren.

Na afloop van de zoektermijn van vier weken deelt belanghebbende tijdens een gesprek op 16 mei 2013 mee dat hij op van 19 mei tot 7 juli 2013 in India een opleiding tot programmeur PHP Zend gaat volgen. Daarvan levert hij een bewijs van de te volgen opleiding, de vliegtickets en van een lening van € 10.000,- van zijn moeder om dit alles te bekostigen.

Weigering aanvraag
Het college weigert de aanvraag en handhaaft dat besluit in bezwaar. Daaraan ligt ten grondslag dat belanghebbende op grond van artikel 13 lid 2 aanhef en c WWB geen recht op algemene bijstand heeft. Hij heeft geen activiteiten ontplooid om uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs met aanspraak op studiefinanciering te kunnen volgen. Hij heeft alleen een folder van de Universiteit van Amsterdam (UvA) over een studie wiskunde uit 2012 ingeleverd. Daarvan is het college niet duidelijk wat daar de bedoeling van is. Ook is het college niet gebleken dat belanghebbende feitelijke handelingen heeft verricht, zoals een aanmelding of een inschrijving voor een opleiding.

Bij de aangevallen uitspraak verklaart de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep ongegrond.

De beoordeling van de Raad
Belanghebbende is van mening dat het college ten onrechte een nieuwe zoektermijn van vier weken heeft opgelegd, omdat hij al op 15 februari 2013 een aanvraag om bijstand heeft gedaan waarop het college nog niet heeft beslist. Het college voert ter zitting aan dat belanghebbende zich weliswaar heeft gemeld om bijstand aan te vragen, maar dat hij daarna geen aanvraag heeft ingediend omdat hij na die melding niet meer is verschenen. Volgens de Raad volgt uit artikel 41 lid 4 WWB dat bij een melding om bijstand door een persoon van jonger dan 27 jaar een aanvraag om bijstand niet eerder dan vier weken na die melding wordt ingediend en behandeld. Niet in geschil is dat belanghebbende zich op 15 april 2013 heeft gemeld. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling2 blijkt dat de wetgever onder ogen heeft gezien dat na een eerdere weigering van bijstand een nieuwe zoekperiode van vier weken van toepassing is. Dit geldt eveneens als een eerdere melding – zoals in dit geval – niet heeft geleid tot een beslissing op een aanvraag om bijstand. De Raad tekent daarbij aan dat als de aanvraag leidt tot een toekenning van bijstand, dit in beginsel gebeurt met terugwerkende kracht over de zoektermijn van vier weken3.

In dit geding staat centraal de vraag of belanghebbende in de te beoordelen periode4 uit ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs kon volgen. Dit volgt uit de tekst van artikel 13 lid 2 aanhef en onder c WWB en is in overstemming met de bedoeling van de wetgever met deze bepaling. In de Nota naar aanleiding van het nader verslag5 is opgemerkt:

“Er is geen recht op bijstand als de jongere regulier onderwijs kan volgen, maar het niet doet.”

Ook het college – zoals toegelicht ter zitting – is van mening dat de betreffende uitsluitingsgrond van artikel 13 WWB alleen van toepassing kan zijn als de jongere regulier onderwijs kan volgen en dat de uitsluitingsgrond eerst van toepassing is vanaf de datum waarop deelname aan dat onderwijs mogelijk is. Dit is ook in overeenstemming met de besluiten van het college om aan belanghebbende vanaf 3 augustus 2013 en nadien vanaf 2 december 2013 bijstand te verlenen, omdat hij op en na die data nog geen uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kon volgen. De vraag of belanghebbende zich in de zoektermijn voldoende heeft ingespannen om regulier onderwijs te gaan volgen, is daarom niet doorslaggevend bij de beantwoording van de vraag of genoemde uitsluitingsgrond terecht is toegepast.

Belanghebbende voert aan dat hij in de te beoordelen periode niet uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kon volgen, omdat deelname zowel aan de studie Wiskunde aan de UvA als aan de vervolgopleiding HBO Technische informatica, waarin hij al de propedeuse had behaald, niet eerder dan in september 2013 mogelijk is. Volgens hem is het alleen mogelijk om in september en in februari met deze opleidingen te beginnen. Het college heeft dit niet bestreden. Bovendien komt dit overeen met de op verzoek van het college over belanghebbende uitgebrachte scholingsadviezen RMC. Daarin worden ook alleen september en februari als mogelijke startmomenten van de opleiding  genoemd. Het college heeft ook niet gesteld dat belanghebbende een andere reguliere opleiding had kunnen volgen, waaraan hij al vanaf 15 april 2013 had kunnen gaan deelnemen. Dit betekent dat in de te beoordelen periode de in artikel 13 lid 2 aanhef en onder c WWB opgenomen uitsluitingsgrond niet op belanghebbende van toepassing was.

De weigering om aan belanghebbende met ingang van 15 april 2013 algemene bijstand te verlenen berust niet op een juiste feitelijke grondslag. Dit betekent dat het bestreden besluit berust op een ontoereikende motivering. De Raad kan niet zelf bepalen of, en zo ja, naar welk bedrag belanghebbende daadwerkelijk in aanmerking komt voor bijstand. Hiervoor is nader onderzoek van het college nodig.

Redactionele opmerking
De Raad lijkt met deze uitspraak van oordeel dat het toepassen van de uitsluitingsgrond alleen is toegestaan vanaf de mogelijkheid van het kunnen volgen van het onderwijs. Een jongere die daar dus geen zin in heeft kan zich na het (technisch) onmogelijk zijn geworden van inschrijven voor een opleiding met succes melden voor een aanvraag. Had de wetgever dit wel bedoeld?

En dan nog te bedenken dat 21 en 22 jarigen er per 1 januari 2015 qua hoogte van de algemene bijstand op vooruit gaan. Voor bestaande gevallen zal dat overigens pas op 1 juli 2015 het geval zijn (art. 78z Pw). Voor de genoemde groep kan dat alleen anders zijn als zij aangemerkt kunnen worden als schoolverlater én het college artikel 28 Pw toepast. Dat artikel geeft de bevoegdheid om de norm van de persoon die als schoolverlater kan worden aangemerkt gedurende zes maanden lager vast te stellen.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies


  1. op het moment van publiceren werken de links in de blog-series niet, hier wordt aan gewerkt 

  2. TK 2010/11, 32 815, nr. 3, p. 5 

  3. TK 2010/11, 32 815, nr. 7, p. 10 

  4. 15 april 2013 tot en met 26 augustus 2013 

  5. TK 2010/11, 32 815, nr. 10, p. 15 

2 Replies to “Centrale Raad tussenuitspraak scholingsplicht jongere”

  1. Pingback: Centrale Raad: partner (jongere) stopt met scholing. Recht op verhoging van de bijstand? | Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies

  2. Pingback: Centrale Raad: scholing kunnen volgen leidt tot beëindiging, intrekken en terugvorderen van bijstand | Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

vier × 4 =