Centrale Raad: stortingen van derden zijn giften

Logo_rechtspraakDe Raad doet een uitspraak over stortingen van bedragen die tevens een persbericht verdiende (CRVB:2015:818).

Waar gaat het om in deze zaak?
Belanghebbenden vragen bijstand aan welke is toegekend volgens de norm voor gehuwden. Op de bijstand brengt het dagelijks bestuur een drietal bedragen in mindering die sinds de melding en vóór het besluit op de aanvraag op de bankrekeningen van belanghebbenden zijn bijgeschreven. Het dagelijks bestuur merkt deze bedragen aan als inkomsten.

Het oordeel van de Raad
Onder verwijzing naar CRVB:2014:3872 oordeelt de Raad dat kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandontvanger in beginsel als in aanmerking te nemen middelen in de zin van artikel 31 lid 1 WWB worden beschouwd.1 Hebben deze betalingen:

  • een terugkerend of periodiek karakter;
  • kunnen door betrokkene worden aangewend voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten; en
  • zien op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan,

is verder sprake van inkomsten als bedoeld in het in de Participatiewet ongewijzigde artikel 32 lid 1 WWB.

Geleende bedragen
De stelling dat sprake is van geleende bedragen die moeten worden terugbetaald, leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel. Allereerst is een geldlening in artikel 31 lid 2 WWB namelijk niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Verder worden periodieke betalingen van derden, waaronder familieleden, aan bijstandontvangers:

  • ongeacht in welke vorm deze worden verstrekt; en
  • waarover vrijelijk kan worden beschikt,

naar vaste rechtspraak van de Raad als inkomen van de bijstandontvanger aangemerkt (CRVB:2013:BY9138, CRVB:2013:1106 en CRVB:2014:705).

Redactionele opmerking. Ik blijf het vreemd vinden dat de Raad CRVB:2014:705 noemt in het rijtje. Het gaat namelijk in die zaak over betalingen van ‘derden naar derden’ waarover belanghebbende nu juist niet vrijelijk kon beschikken.

Toename schuldenlast
Dat bij een aannemelijk gemaakte lening de schuldenlast van betrokkene toeneemt, is – in gevallen als hier waarin geen sprake is van een als vermogen aan te merken middel – niet van belang. Hetzelfde geldt voor de vraag of aan de lening een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting is verbonden. Dat zou mogelijk anders kunnen zijn voor degene die zonder ander inkomen:

  • in afwachting is van een besluit op zijn aanvraag om algemene bijstand; of
  • na blokkering of opschorting van de bijstand geen bijstand ontvangt; en
  • ter voorziening in de kosten van levensonderhoud is aangewezen op het aangaan van geldleningen (zie CRVB:2014:455).

Deze situatie doet zich hier echter niet voor, alleen al omdat belanghebbenden op geen enkele wijze aannemelijk maken dat het bij de drie gestorte bedragen om geldleningen gaat. Deze stortingen moeten dan ook worden beschouwd als giften van degenen die de bedragen hebben gestort.

Vaste gedragslijn
Het dagelijks bestuur hanteert de vaste gedragslijn. Als giften kunnen worden besteed aan (de kosten van het) het dagelijks levensonderhoud zijn deze uit een oogpunt van bijstandsverlening niet verantwoord en worden daarom volledig als middelen in aanmerking genomen. Het in deze gedragslijn vervatte beleid blijft, naar oordeel van de Raad, binnen de grenzen van een redelijke wetstoepassing. Daarbij wordt betrokken de memorie van toelichting bij artikel 31 lid 2 onder m WWB (TK 2002/03, 28 870, nr 3. p. 58). De desbetreffende passage luidt als volgt, waarbij in het bijzonder wordt gewezen op de laatste volzin daarvan:

“Giften worden eveneens niet tot de middelen gerekend voor zover dat, gezien de bestemming en de hoogte van de gift, uit oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is (onderdeel m). (…) Gezien het minimumbehoeftekarakter van de bijstand kan de vrijlating niet onbeperkt zijn. Wat betreft de hoogte van de gift geldt dat het in de rede ligt om de gift in aanmerking te nemen voor zover cumulatie daarvan met de bijstand leidt tot een bestedingsniveau dat niet verenigbaar is met hetgeen op bijstandsniveau gebruikelijk is. Wat betreft de bestemming is met name van belang of de gift betrekking heeft op kosten die in de algemene bijstand zijn begrepen. Als dit het geval is, of als de gift ter vrije besteding is, kan dit aanleiding zijn om de gift volledig in aanmerking te nemen.”

Niet bestemd voor concreet doel 
Niet in geschil is dat de drie hier aan de orde zijnde gestorte en als giften te beschouwen bedragen niet zijn te relateren aan een concreet doel, zodat deze ter vrije besteding van belanghebbenden stonden. De bedragen konden dus worden ingezet voor de noodzakelijke kosten van hun levensonderhoud. Gelet hierop heeft het dagelijks bestuur met inachtneming van zijn beleid kunnen besluiten om de drie gestorte bedragen in mindering te brengen op de bijstand.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies


  1. ongewijzigd in de Participatiewet 

2 gedachten over “Centrale Raad: stortingen van derden zijn giften

  1. Pingback: Centrale Raad: partner (jongere) stopt met scholing. Recht op verhoging van de bijstand? | Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies

  2. Pingback: Best gelezen en Series – Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

18 − 5 =