Waskosten: AWBZ, Wmo of bijzondere bijstand

Vraagteken groenMensen kunnen worden geconfronteerd met (extra) waskosten als zij niet in staat zijn om zelf hun was te doen. Redenen daarvoor kunnen gelegen zijn in de lichamelijke beperkingen waardoor men niet zelf in staat is tot wasverzorging of omdat men woonachtig is in een AWBZ-instelling of wooncomplex waar geen mogelijkheid is om zelf de was te doen. Onder waskosten worden kosten verstaan in verband met het wassen, drogen en strijken van eigen kleding.

Waskosten vergoeden?
Het is de vraag of deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. En zo ja, op grond van welke regeling. Er zijn drie wettelijke regelingen die zouden kunnen voorzien in waskosten. Dat zijn de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de bijzondere bijstand of de Wet maatschappelijke ondersteuning. Of de kosten voor vergoeding in aanmerking komen is afhankelijk van het toetsingskader van de bijzondere wet.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
Om voor AWBZ-zorg in aanmerking te komen moet iemand een lichamelijke, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking hebben, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Dit worden de AWBZ grondslagen genoemd. De soorten AWBZ-zorg zijn: begeleiding, behandeling, persoonlijke verzorging, verblijf, verblijf en behandeling, verpleging, vervoer en voortgezet verblijf. In tegenstelling tot andere bewoners van AWBZ-instellingen kwamen de waskosten voor eigen kleding niet voor rekening van de bewoners van verzorgingstehuis maar ten laste van de AWBZ. Dat is veranderd.

Overgangsregeling
Sinds 1 januari 2009 worden de waskosten ook voor hen niet meer vergoed vanuit de AWBZ. Er geldt wel een overgangsregeling voor degene die vóór genoemde datum al woonachtig was in het verzorgingstehuis. Verder is het zo dat de extra kosten van wassen vanwege de aandoening ten laste (blijven) komen van de AWBZ als men in een instelling verblijft. Per genoemde datum kunnen bewoners van verzorgingstehuizen – tegen vergoeding – gebruik maken van de wasservice die door het verzorgingstehuis wordt aangeboden of moet gebruik worden gemaakt van externe mogelijkheden zoals een wasserette of een was- en strijkservice.

Motie
Omdat de prijzen voor de waskosten tussen de verzorgingstehuizen enorm verschilde is door de Tweede Kamer een motie aangenomen (TK 2010/11, 30 597, nr. 193). De strekking daarvan was om het Nibud te vragen onderzoek te doen en een richtbedrag voor waskosten vast te stellen. Daaruit blijkt dat bij een kleine meerderheid van de onderzochte 42 instellingen de was extern wordt gewassen. Een derde van de instellingen biedt de bewoners de mogelijkheid om zelf de was te doen. Als de was door een wasserij binnen de instelling of op een andere locatie wordt verzorgd variëren de vergoedingen die aan cliënten worden doorberekend van € 10 tot € 50. Als de was door een externe wasserij wordt gewassen, varieert het bedrag dat wordt doorberekend aan de klant van € 22 tot € 95. Dit spoort met het beeld uit het onderzoek naar vrijwillige bewonersbijdrage uitgevoerd door Research voor Beleid in 2009 waar het gemiddelde bedrag voor waskosten per cliënt € 35 per maand bedroeg.

Op 7 mei 2012 beantwoordt de Minister van VWS de vragen over het Nibud-onderzoek. Daaruit blijkt onder meer het volgende.

De relatie tussen de zorgaanbieder en de cliënt over de waskosten is een privaatrechtelijke overeenkomst. De cliënt kan besluiten de overeenkomst in de toekomst niet voort te zetten en moet dan op een andere wijze voorzien in het (laten) wassen. Ook kan de bewoner bij het zorgkantoor melden dat hij of zij van mening is dat de waskosten onredelijk hoog zijn. De cliënt kan via de cliëntenraad inbrengen dat zij bezwaar heeft tegen de gehanteerde waskosten. De cliëntenraad heeft op basis van de WMCZ een verzwaard adviesrecht ten aanzien van de hoogte van de waskosten.

Uit TK 2007/08, 29 689, nr. 245 blijkt een indicatie van de uitgaven en inkomsten van iemand met zak- en kleedgeld door de toenmalige minister van SZW. In die berekening is uitgegaan van € 22 per maand voor het wassen van kleding en overige vrijwillige bewonersbijdragen.

De hoogte van het zak- en kleedgeld is met ingang van 1 januari 2012 vastgesteld op € 296,26 netto per maand, inclusief vakantiegeld. Het zak- en kleedgeld is evenals de overige algemene bijstandsnormen gekoppeld aan het netto minimumloon en stijgt daardoor mee met de ontwikkeling van het netto minimumloon. Gelet op het verschil in noodzakelijke bestaanskosten geldt voor personen in instellingen een aparte bijstandsnorm. Deze is afgestemd op de beperkte uitgaven die voor rekening van de belanghebbende blijven. Overigens hebben in een instelling verblijvende bijstandsgerechtigden hiernaast recht op zorgtoeslag, een vergoeding voor dat deel van de Zvw-premie dat niet door zorgtoeslag wordt gedekt, compensatie van het eigen risico, forfaitaire tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten op grond van de Wtcg, en in bepaalde gevallen ook langdurigheidstoeslag.

Bijzondere bijstand
Artikel 35 WWB formuleert de wettelijke opdracht aan het college individuele bijzondere bijstand te verlenen. Zijn er geen uitsluitingsgronden van toepassing en doen zich noodzakelijke kosten voor die voortvloeien uit de bijzondere omstandigheden, dan bestaat aanspraak op bijzondere bijstand. Het college heeft echter wel enige beoordelingsvrijheid of de kosten kunnen worden voldaan uit bijstandsnorm of een inkomen op dat niveau (CRvB 31-08-2010, BN7953 WWB en CRvB 15-09-2009, BJ8150 WWB).

In CRvB 23-05-2012, BW7543 WWB oordeelt de CRvB over de weigering van een aanvraag voor de kosten van bewassing voor een aanvrager die in de AWBZ-instelling verblijft. De hoogte van de waskosten bedraagt € 45 per maand. Belanghebbende beschikt verder over een bijstandsuitkering ter hoogte van de zak- en kleedgeldnorm.

De CRvB oordeelt dat de AWBZ naar haar aard en doel voor de kosten in geding niet als voorliggende voorziening kan worden beschouwd. Belanghebbende maakt aannemelijk dat zij niet in staat is zelf haar kleding te wassen. Nu ze ook geen beroep kan doen op haar familieleden, moet zij het wassen van haar kleding uitbesteden aan de wasservice van het woonzorgcentrum waar zij verblijft. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich dan zelf wassen. Anders dan de rechtbank, oordeelt de CRvB dat de meerkosten van bewassing in dit geval wel voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.

In het kader van de finale geschillenbeslechting oordeelt de CRvB als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende € 45 per maand voor haar bewassing moet betalen aan de instelling waar zij verblijft en dat de normkosten voor normale bewassing omstreeks € 5 per maand bedragen. Daarom zal aan belanghebbende voor de meerkosten van bewassing een bedrag van € 40 per maand worden toegekend.

Ik ga er van uit dat belanghebbende geen aanspraak had op andere bronnen van aanvullende inkomensondersteuning. Verder valt op dat een bedrag van € 5 per maand wordt gehanteerd voor de normkosten van het wassen, terwijl de Minister van SZW in de eerder genoemde brief stelt dat dit € 22 per maand zou kunnen zijn.

Hoewel dat in de genoemde uitspraak niet in geschil is gebracht geldt evenwel dat de Wmo voor de WWB kan gelden als een toereikende en passende voorliggende voorziening (art. 15 WWB). Dat betekent als de Wmo oproept een bepaalde voorziening aan te bieden, de kosten hiervan niet kunnen worden vergoed op basis van de WWB (TK 2004/05, 30 131, nr. 3, p. 30). Hieruit volgt dat de weg naar de bijzondere bijstand is afgesloten voor zover de Wmo geldt als toereikende en passende voorliggende voorziening. De vraag of de Wmo juist wordt uitgevoerd kan aan de orde worden gesteld door het inzetten van rechtsmiddelen tegen besluiten tot uitvoering van de Wmo dan wel door het indienen van een nieuwe aanvraag (CRvB 27-03-2012, BW0304 WWB en CRvB 25-04-2012, BW4111 AWBZ).

Wet maatschappelijke ondersteuning
Wasverzorging valt onder huishoudelijke verzorging (artikel 1 lid 1 onder h Wmo). Bij de indicatie voor huishoudelijke verzorging geldt dat de aanvrager geobjectiveerde beperkingen moet ondervinden bij het kunnen uitvoeren van in dit geval de wasverzorging. Verder geldt nog de voorwaarde dat er geen sprake is van gebruikelijke zorg door huisgenoten die geacht kunnen worden de wasverzorging over te nemen.

De aanspraak op huishoudelijke verzorging in het algemeen strekt zich niet uit tot bewoners van AWBZ-instellingen. Het schoonhouden van de kamer valt immers onder de verblijfsdiensten van de instelling. De vraag is of dat ook het geval is voor de wasverzorging van eigen kleding of dat daar toch een taak is neergelegd voor de Wmo als men zelf vanwege beperkingen niet in staat is om de was te doen. Deze vraag is zeker interessant als de instelling geen mogelijk biedt voor de wasverzorging en de bewoner gebruik moet maken van externe mogelijkheden. Let wel in tegensteling tot de WVG zijn AWBZ-bewoners in de Wmo niet uitgesloten.

Het kan zijn dat er in gemeente een was- en strijkservice aanwezig is. Daarvan wordt doorgaans gesteld dat deze ‘algemene voorziening’ voorliggend is op het verlenen van een individuele voorziening voor het doen van de was. Aan deze was- en strijkservice zijn normaal gesproken kosten verbonden. Uit de jurisprudentie blijkt dat het college bij de toepassing van een algemene voorziening moet beoordelen of deze:

  1. beschikbaar is; en
  2. door belanghebbende financieel kan worden gedragen; en
  3. voldoende compenserend is.

Zie mijn blog waar ik nader in ga op de toepassing van het begrip algemene voorziening.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

8 gedachten over “Waskosten: AWBZ, Wmo of bijzondere bijstand

  1. HH,

    Mijn moeder verblijft sinds kort permanent in een verzorgingstehuis, op basis van haar lichamelijke en geestelijke conditie. Ze is niet in staat om zelf haar kleding te wassen. Het tehuis biedt wel de mogelijkheid om de was voor haar binnen de instelling te laten doen, maar vraagt daar een bedrag van 75,- euro per maand voor. Omdat mijn moeder alleen een AOW-uitkering heeft, doe ik nu de was voor haar.

    Is er een mogelijkheid om de kosten die ik hiervoor maak, (deels) vergoed te krijgen ? En zo ja, waar kan ik zo’n vergoeding eventueel aanvragen ?

    Met vriendelijke groeten,

    P. Davids

    • Geachte heer Davids
      Op basis van de jurisprudentie zou uw moeder in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand. Wel is het volgens mij zoo dat de hoogte van het bedrag voor de waskosten die de instelling van uw moeder vraagt te hoog is. Daar worden met regelmaat weer Kamervragen over gesteld.

      Met vriendelijke groet
      Ingeborg Lunenburg

      • Dit is geen antwoord op de vraag van P.Davids. Ik doe ook de was voor mij moeder. Heb via via gehoord, dat ik €0,70 per wasbeurt kan declareren, maar ergens anders lees ik €22,- per maand(wat ik redelijker vind trouwens) Wat zijn nu de echte tarieven hiervoor?

        • Geachte heer/mevrouw Van der Heide
          Excuses voor mijn verlate reactie. Het bedrag van 22 euro komt uit de Kamerstukken.
          Tegenwoordig stelt het Landelijk Overleg Cliëntenraden (LOC) de richtprijzen vast voor waskosten die instellingen mogen hanteren voor hun bewoners.

  2. Pingback: Wist je dat? | Uitvoering Wmo 2015

  3. Pingback: Best gelezen en Series – Ingeborg Lunenburg Opleiding + Advies

    • Geachte mevrouw Van der Ree
      Volgens mij is de Wlz-instelling niet verplicht om zelf een wasvoorziening te hebben, tenzij het bewoners betreft die vóór 1 januari 2009 al een indicatie hadden. Vóór deze datum was het zo dat wasverzorging als AWBZ-zorg werd aangemerkt. Wel is het zo dat instelling verplicht zijn de bewoners te verwijzen naar een wasvoorziening. Meestal wordt een dergelijke voorziening afgestemd (lees ook: deels georganiseerd) met de instelling. Zij hebben immers zelf ook was. Over de manier hoe dat gebeurt en welke kosten daar aan zijn verbonden komt doorgaans tot stand in overleg met de cliëntenraad. Zijn bewoners het niet eens met bijvoorbeeld de hoogte van de kosten, dan kunnen zij een klacht indienen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*