Tweede Kamer stemt in met Wetsvoorstel Participatiewet

logo-tweede-kamer_tcm181-235653De Tweede Kamer heeft op 20 februari ingestemd met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet).

Hieronder staat een overzicht van de aangenomen amendementen en moties.

Aangenomen amendementen Invoeringswet Participatiewet

33 161-125  Amendement van de leden Van Weyenberg en Schouten ter vervanging van nr. 121 dat een studieregeling in de Participatiewet introduceert.

Toelichting
Dit amendement introduceert een studieregeling in de Participatiewet. Via een studie kunnen mensen hun kennis vergroten. Ook is een diploma een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft. Zeker dit laatste is belangrijk voor mensen met een arbeidshandicap. Werkgevers zijn vaak huiverig om hen in dienst te nemen. De drempel om een contract aan te bieden is lager als een werkgever ziet dat iemand met succes een studie heeft afgerond.
Mensen met een arbeidshandicap hebben een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan.
Door dit amendement krijgen gemeenten de mogelijkheid om aan mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Voorwaarden zijn dat ze minimaal 18 jaar oud zijn, recht hebben op studiefinanciering of WTOS, en geen vermogen hebben. Voor deze regeling wordt in 2015 6 miljoen euro beschikbaar gesteld, oplopend tot 35 miljoen euro structureel. Deze kosten worden gedekt uit de resterende financiële ruimte van de Participatiewet en de Wet maatregelen WWB.

33 161-120 Amendement van de leden Schouten en Van Weyenberg over lonen van werken, ook voor mensen met een medische urenbeperking.

Toelichting
Mensen met een medische urenbeperking zijn vanwege medische belemmeringen alleen in staat tot werken in deeltijd. Mensen met een medische urenbeperking die in deeltijd werken kunnen een inkomen hebben dat lager is dan de bijstandsnorm. Als zij ook geen vermogen hebben, kunnen ze in aanmerking komen voor aanvullende bijstand. Het complementaire karakter van de bijstand brengt mee dat bij een toename van inkomen of vermogen de bijstand in beginsel afneemt.
Volgens het wetsvoorstel zouden gemeenten slechts tijdelijk een vrijlating van inkomsten uit arbeid of een premie kunnen verstrekken aan mensen met een medische urenbeperking. Indieners zijn van mening dat voor iedereen werken structureel moet lonen, ook voor mensen met een medische urenbeperking. Zij stellen daarom voor om voor mensen met een medische urenbeperking structureel een vrijlating van inkomen uit arbeid van 15 procent van dit inkomen in te voeren, met een maximum van € 124 per maand. De kosten van dit amendement bedragen 3 miljoen euro in 2015, oplopend tot structureel 30 miljoen euro. Deze kosten worden gedekt uit de resterende financiële ruimte van de Participatiewet.

33 161-184 Nader gewijzigd amendement Dijkgraaf/Potters nr. 184 t.v.v. nr. 149 over het samenwerken van colleges.

Toelichting
Voor de samenhangende uitvoering van de in de Participatiewet en daaraan gerelateerde wetten geregelde taken is het belangrijk dat colleges samenwerken in regio’s. Het initiatief daarvoor ligt bij de colleges. Wanneer colleges er niet in slagen tot noodzakelijke samenwerking te komen dient de minister in de gelegenheid te zijn bij algemene maatregel van bestuur gebieden vast te stellen waarin colleges samenwerken. Dit amendement regelt dat die bevoegdheid slechts bestaat nadat de minister op overeenstemming gericht overleg heeft gevoerd met de betrokken colleges. Ten minste vier weken voordat een voordracht gedaan wordt voor de maatregel wordt het ontwerp aan de Staten-Generaal overgelegd en aan een ieder bekend gemaakt. Deze aanwijzingsbevoegdheid uit de Participatiewet ziet niet op de samenwerking van gemeenten in de Werkbedrijven.

33 161-188 Amendement Dijkgraaf 33161 nr. 188 t.v.v. 185 over o.a. het in de Jeugdwet opnemen van een horizonbepaling met betrekking tot gemeentelijke samenwerking.

Toelichting
Bij de behandeling van de Jeugdwet is ten aanzien van de bevoegdheid om gemeentelijke samenwerking verplicht op te leggen een horizonbepaling toegezegd ten aanzien van gemeentelijke samenwerking (Handelingen TK 10 oktober 2013, 12-32-47). Dit amendement verankert de toegezegde horizonbepaling alsnog in de Jeugdwet. Hoewel een horizonbepaling is toegezegd, is het juister deze horizonbepaling in de wet op te nemen. Deze bepaling geldt eveneens ten aanzien van de bevoegdheid in de Participatiewet, aangezien het soortgelijke bevoegdheden betreft. Eveneens wordt de formulering van de aanwijzingsbevoegdheid geharmoniseerd met de formulering uit het amendement Dijkgraaf/Potters (33 161, nr. 184), waardoor het op overeenstemming gericht overleg ook geldt ten aanzien van de aanwijzingsbevoegdheid uit de Jeugdwet.

33 161-181 Amendement van het lid Voortman ter vervanging van nr. 141 over een aanspraak op begeleiding op de werkplek.

Toelichting
Dit amendement regelt dat personen die in de doelgroep van loonkostensubsidie vallen aanspraak hebben op begeleiding op de werkplek. Hiermee wordt snelle doorstroming naar werk ondersteund.

33 161- 128 Amendement van de leden Van Weyenberg en Schouten over een kortere evaluatieperiode.

Toelichting
De regering stelt voor om uiterlijk na zes jaar een evaluatie van de Participatiewet uit te voeren. De indieners vinden het wenselijk om de Participatiewet eerder te evalueren. Dit amendement biedt de ruimte om de wet ten minste vier jaar te laten werken (van 2015 tot en met 2018) en het vijfde jaar te benutten voor de evaluatie, die dan uiterlijk in 2019 aan de Staten-Generaal dient te worden gestuurd.

Aangenomen moties Invoeringswet Participatiewet

33 161-186 Gewijzigde motie-Koser Kaya. De motie gaat over het verzoek aan de regering de mogelijkheden te onderzoeken om de verschillende cliëntenraden binnen het domein van sociale zekerheid te integreren. Volgens de indiener leidt dit tot een sterkere positie van cliënten.

33 161-80 Gewijzigde motie-Dijkgraaf c.s.. De motie gaat over het verzoek aan de regering te waarborgen dat aanvullende instrumenten beschikbaar worden gesteld als het huidige instrumentarium tekortschiet. Aanleiding is het feit dat het succes van het wetsvoorstel in belangrijke mate afhankelijk is van de vraag of werkgevers bereid zullen zijn om voldoende werknemers met een arbeidsbeperking in dienst te nemen.

33 161-160 Motie-Voortman/Karabulut. De motie gaat over het verzoek aan de regering om de Participatiewet binnen zo kort mogelijke termijn te toetsen aan het VN-verdrag Handicap. De indieners overwegen dat het onwenselijk is dat gemeenten zich instellen op regelgeving die mogelijk later gecorrigeerd moet worden om niet strijdig te zijn met internationale verdragen.

33 161-168 Motie-Potters/Dijkgraaf. De motie gaat over het verzoek aan de regering om één landelijk aanspreekpunt voor werkgevers in te stellen om zo de plaatsing van arbeidsbeperkten te bevorderen. Werkgevers staan garant voor 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking.

33 161-169 Motie-Potters/Van Weyenberg. De motie gaat over het verzoek aan de regering om met gemeenten en UWV in gesprek te gaan en afspraken te maken. Die afspraken moeten volgens de indieners gaan om het vergroten van het inzicht in de talenten en vaardigheden van de werkzoekenden. Werkgevers staan garant voor 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking.

33 161-170 Motie-Potters/Schouten. De motie gaat over het verzoek aan de regering om maatwerk mogelijk te maken voor werkgevers door verschillende typen van arbeidsrelaties mee te laten tellen bij de garantiebanen. Voorbeelden zijn social return, detachering en inlening. De indieners menen dat hierdoor de kans op een baan voor mensen met een arbeidsbeperking wordt vergroot. Werkgevers staan garant voor 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking.

33 161-171 Motie-Potters c.s.. De motie gaat over het verzoek aan de regering om het aantal banen voor mensen met een beperkingen die wel het wettelijk minimumloon kunnen verdienen te monitoren de Kamer hierover jaarlijks te informeren. Aanleiding voor de motie is het feit dat mensen met een arbeidsbeperking die wel zelfstandig 100% WML kunnen verdienen en vanaf 2015 in de Participatiewet stromen niet tot de doelgroep van de garantiebaar of een eventueel quotum behoren.

33 161-172 Motie-Potters/Pieter Heerma. De motie gaat over het verzoek aan de regering om een pilot uit te voeren waarin ervaring wordt opgedaan met een integrale benadering van de Wmo en de Participatiewet. Daarin moet volgens de indieners zowel de maatschappelijke ondersteuning als de ondersteuning bij arbeidstoeleiding worden besproken. Tevens wordt de regering verzocht om na afloop van de pilot te bezien of er nadere maatregelen nodig zijn die de integrale benadering versterken.

33 161-174 Motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma. De motie gaat over het verzoek aan de regering onderzoek te doen naar de effectiviteit van de loondispensatie en loonkostensubsidie. De regering moet de Kamer hierover uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding van de Participatiewet informeren.

33 161-177 Motie-Schouten c.s.. De motie gaat over het verzoek aan de regering te onderzoeken hoe in de verdeelsystematiek voor gemeenten een positieve prikkel kan worden ingebouwd bij de vaststelling van het I-deel en dit te betrekken in de discussie over de verdeelsystematiek. Aanleiding voor de motie is het feit dat als mensen uitstromen naar werk het I-deel van het budget het jaar daarop lager wordt vastgesteld.

33 161-179 Motie-Kerstens c.s.. De motie gaat over het verzoek aan de regering het opnamevermogen van de regionale arbeidsmarkt – naast het aantal mensen met een arbeidsbeperking – substantieel mee te wegen bij het vaststellen van de verdeelmodellen van de financiele middelen die met de Participatiewet aan de gemeenten toekomen.  Verder wordt de regering verzocht in overleg met de desbetreffende regio’s te bezien hoe (sociaal) ondernemerschap en reshoring extra werkgelegenheid kunnen creëren voor de doelgroep ban de Participatiewet. Aanleiding voor de motie is de forse verschillen per regio om arbeidsplaatsen te creëren in het bedrijfsleven en bij de overheid.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*