Masterclass bijzondere bijstand, individuele toeslagen en minimabeleid

Dé Masterclass over aanvullende inkomensondersteuning op grond van de Participatiewet, de verordende bevoegdheid op grond van de gemeentewet en de Wmo 2015. Welke beleidskeuzes kunnen gemeente maken? Minimabeleid verbinden met schulddienstverlening? Hebben armoedebeleid en bijzondere bijstand iets met elkaar te maken? Buitenwettelijk begunstigend beleid of juist niet? Kostendelersnorm bij het vaststellen van draagkracht? Het Regeerakkoord en berichtgeving zoals de Armoedemonitor, de cijfers van het Nibud en de Kinderombudsman zijn aanleiding voor (lokale) discussie. Reden te meer om te weten wat de juridische kaders zijn! 

Doelgroep en groepsgrootte
De Masterclass is bestemd voor beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, ervaren consulenten of medewerkers Sociaal Team. Medewerkers bezwaar & beroep, secretarissen en leden van de bezwaarschriftencommissie worden van harte uitgenodigd! Om de kwaliteit van deze Masterclass te waarborgen, is het maximum aantal deelnemers gesteld op 15.

Docent
De Masterclass wordt verzorgd door Ingeborg Lunenburg.

Inschrijven
Informatie over locatie, kosten en direct inschrijven.

Inhoud Masterclass
De Participatiewet schept een wettelijk ingekaderde bevoegdheid voor gemeenten om aanvullende inkomensondersteuning te bieden. De Masterclass behandelt de stand van het recht en het wettelijk kader aan de hand van zes hoofdonderwerpen:

  1. Bijzondere bijstand (individueel en categoriaal)
  2. Individuele inkomenstoeslag
  3. Individuele studietoeslag
  4. Overige maatregelen
  5. Wet maatschappelijke ondersteuning
  6. Minimabeleid (armoedebestrijding)

1. Bijzondere bijstand – artikel 35 PW
Zijn er geen algemene voorwaarden van toepassing dan is een beoordeling op grond van artikel 35 PW van toepassing. Doen zich in het individuele geval noodzakelijke kosten voor die voortvloeien uit de bijzondere omstandigheden en kunnen die kosten – naar oordeel van het college – niet worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, dan bestaat er recht op individuele bijzondere bijstand. Categoriale bijzondere bijstand is slechts toegestaan voor de collectieve (aanvullende) zorgverzekering (CAV) of een tegemoetkoming in de kosten.

Reserveren verplicht? Voor algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan moet men reserveren of een lening afsluiten. In een inkomen op bijstandsniveau zit de vooronderstelling besloten dat er reserveringsruimte in zit. De individuele inkomenstoeslag1 heeft tot doel te zorgen dat bij het langdurig over een laag inkomen beschikken die reserveringsmogelijkheid wat wordt aangevuld.
Veel voorkomende kostensoorten Tijdens de Masterclass komen veel voorkomende kostensoorten aan bod, ook in de vorm van casuïstiek.
Schulden en armoede Wat kan of moet de gemeente doen voor mensen met schulden? Heeft de bijzondere bijstand een rol? Geldt een uitzondering bij de reserveringscapaciteit of de draagkracht?
Maatwerk. Wat is dat eigenlijk?

2. Individuele inkomenstoeslag – artikel 36 PW
Sinds 1 januari 2009 is de bevoegdheid tot het verlenen van langdurigheidstoeslag sterk gedecentraliseerd. Die lijn is met de individuele inkomenstoeslag nog verder doorgezet. De aanspraak is afhankelijk van het wettelijk kader én de bepalingen in de Verordening. Verder mag belanghebbende geen zicht hebben op inkomensverbetering. Sinds 1 januari 2015 kan het college bij de beoordeling van het verzoek rekening houden met bepaalde omstandigheden. Dat zijn in ieder geval de krachten en bekwaamheden en de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen. Ook deze aanspraak is niet meer wettelijk begrensd tot 110% van het geldend sociaal minimum. De praktijk is echter dat onder een laag inkomen de bijstandsnorm wordt verstaan.

3. Individuele studietoeslag – artikel 36b PW
Sinds 1 januari 2015 heeft deze toeslag een plek in de Participatiewet. In de Verordening staat de hoogte van deze toeslag en de frequentie van uitbetaling. Het college verleent een individuele studietoeslag op verzoek én als wordt voldaan aan de voorwaarden. Eén daarvan gaat over de vraag of de student (met arbeidsvermogen) in staat is het wettelijk minimum loon te verdienen. Deze toeslag speelt – net als de individuele inkomenstoeslag – een rol bij de reserveringscapaciteit en mogelijk bij de draagkracht.

4. Overige maatregelen
De Participatiewet biedt nog een aantal andere mogelijkheden om betrokkenen financieel te ondersteunen. Denk aan premiebeleid en de vrijlating van inkomsten uit arbeid.

5. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
In de Wmo 2015 is de discretionaire bevoegdheid neergelegd om aan de doelgroep die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten heeft een tegemoetkoming te verstrekken. Deze (forfaitaire) tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van van de zelfredzaamheid en de participatie. Kiest de gemeente om de doelgroep binnen de Wmo te ondersteunen, dan zal de vraag moeten worden beantwoord wanneer iemand aannemelijke meerkosten heeft. Wat zijn aannemelijke meerkosten? En mag de gemeente in de verordening een inkomensgrens hanteren?

Tegemoetkoming meerkosten
Wist je dat artikel 2.1.7 Wmo 2015 een prachtig instrument is om maatwerk te bieden? Ideaal voor medewerkers van het Sociaal Team die te maken hebben met verschillende wetten met de mogelijkheden én onmogelijkheden die dat met zich meebrengt. De tegemoetkoming meerkosten in de Wmo 2015 kan een mooie passende oplossing bieden.

6. Minimabeleid
De verordende bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente is neergelegd in artikel 108 Gemeentewet. Als de gemeente echter financiële middelen inzet ter vergoeding van bijzondere bestaanskosten, dan moet dat gebeuren met toepassing van de Participatiewet! Past het beleid niet binnen de Participatiewet, dan staat de weg via de Gemeentewet open voor zover dit niet in strijd komt met het beleid van de rijksoverheid.

Lesmateriaal
De deelnemer ontvangt vooraf ter voorbereiding casuïstiek uit de beleids- of beroepspraktijk. Voor de Masterclass is een unieke uitgebreide reader als naslagwerk ontwikkeld die telkens wordt bijgewerkt. De reader bevat:

  • inhoudelijke teksten (wetsgeschiedenis en jurisprudentie)
  • zorgvuldig geselecteerde jurisprudentie (incl. annotaties)
  • relevante artikelen (opinie)
  • voorbeelden van beleid
  • hand-outs van de sheets

Terug naar overzicht opleidingen

Vragen & nazorg
Voorafgaande aan de Masterclass kan de deelnemer vragen stellen. Deze komen tijdens de scholing aan bod. Ook mag de deelnemer tot twee maanden na de Masterclass nog vragen stellen.

Overig
De deelnemer ontvangt op verzoek een certificaat van deelname. Deze Masterclass kan ook ook incompany worden verzorgd.

Meer weten? Neem dan contact op.


  1. voorheen langdurigheidstoeslag