Annotatie USZ: huren van een bankkluis. Verplicht om te melden?

CRVB:2026:941

Verschenen in USZ 2026/205 (Sdu Uitspraken Sociale Zekerheid)

Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat appellante een kluis heeft gehuurd. De kluis stond op naam van appellante, zij betaalde de huurprijs en zij had als enige toegang tot de kluis. Ook niet in geschil is dat appellante aan het college geen mededeling heeft gedaan van het huren van de kluis of van de inhoud daarvan. De Raad heeft eerder overwogen dat het bezit van een bankkluis een omstandigheid is waarvan het de betrokkene redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kan zijn op het recht op bijstand Appellante had van het huren van de kluis dan ook onverwijld mededeling moeten doen aan het college. Nu appellante dit heeft nagelaten, heeft zij de op haar rustende wettelijke inlichtingenverplichting geschonden. Door de kluis niet te melden en vervolgens ook het college de toegang te weigeren, heeft appellante het college de mogelijkheid ontnomen om vast te stellen wat er in de kluis lag, of van wie de inhoud van de kluis afkomstig was.

Noot I.M. Lunenburg

Inleiding

  1. Moet een bijstandsgerechtigde aan het bevoegd gezag onverwijld of desgevraagd melden dat hij of zij een bankkluis huurt? Ja, volgens vaste jurisprudentie van de CRvB. Ingeborg Lunenburg plaatst die jurisprudentie in een bredere context. Rens Koenraad kiest voor een andere invalshoek: hij levert fundamentele kritiek op de vaste jurisprudentie die tot de hier opgenomen uitspraak heeft geleid.

Red. De noot van Rens Koenraad is te lezen in Uitspraken Sociale Zekerheid van Sdu

Lunenburg: vaste jurisprudentie verklaard

  1. Een schending van de inlichtingenverplichting als bedoeld in art. 17 lid 1 Participatiewet (Pw) is snel gedaan. Want in dat artikel staat dat het voor een betrokkene verplicht is om onverwijld of desgevraagd mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling of op het recht op bijstand. De aanschaf en tenaamstelling van auto, inschrijving bij de KvK of het huren van een bankkluis zijn omstandigheden waarvan het een betrokkene redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.[1] In de hier opgenomen uitspraak gaat het over een bankkluis. Heeft een schending van de inlichtingenverplichting altijd gevolgen voor het recht op bijstand?
  2. Zo’n schending zegt op zichzelf genomen nog niet alles. Maar een schending van de inlichtingenverplichting van art. 17 lid 1 Pw levert wel een rechtsgrond op voor de intrekking (of herziening) van het recht op bijstand als daardoor het recht op bijstand niet is vast te stellen. Volgens de CRvB rust de bewijslast van beide elementen op de bijstandverlenende instantie. Dat wil zeggen: waaruit bestaat de schending van de inlichtingenverplichting én kan als gevolg daarvan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.[2] Wordt aan de bewijslast voldaan, dan is het college verplicht de ten onrechte verstrekte kosten van bijstand terug te vorderen (art. 58 lid 1 Pw). Daarnaast is het college bij een schending van de inlichtingenverplichting ook verplicht om een bestuurlijke boete op te leggen (art. 18a lid 1 Pw). Met de Wet handhaving sociale zekerheid wordt voorgesteld dat artikel te wijzigen.[3] Het college wordt op grond van die wijziging verplicht om of een waarschuwing op te leggen of een bestuurlijke boete. Er zijn wel situaties waarin het opleggen van een bestuurlijke boete verplicht blijft. De verplichting in art. 58 lid 1 Pw wijzigt overigens niet, alleen de periode waarover het college verplicht is om terugvorderen. Die heeft ten hoogste betrekking op een periode van 5 jaar, en is 20 jaar in geval van fraude.
  3. Bij de tenaamstelling van een auto gaat het om de vaststelling van de waarde en of die waarde (of een deel daarvan) aan het vermogen van de betrokkene kan worden toegerekend. De waarde mag in beginsel worden vastgesteld op basis van de ANWB koerslijst.[4] Uit een KvK-inschrijving volgt geen bewijsvermoeden dat een betrokkene beschikt of redelijkerwijs kan beschikken over middelen. Er moet wel uit worden afgeleid dat de betrokkene het oogmerk heeft zich als zelfstandige te vestigen om daarmee inkomsten te verwerven.[5] Het is een voor de bijstand relevant feit, dus verplicht om te melden. De bewijslast van het college dat door de schending (niet melden KvK-inschrijving) het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld bestaat er uit om aannemelijk te maken dat op geld waardeerbare activiteiten zijn verricht.[6] Hoe zit dat met het huren van een bankkluis?
  4. Uit de hier opgenomen uitspraak blijkt dat de CRvB niet afwijkt van de vaste rechtspraak.[7] Het huren van een bankkluis is een voor de bijstand relevant feit en dat moet bij het college worden gemeld. In de rechtspraak overweegt de CRvB niet dat het huren van een bankkluis een bewijsvermoeden oplevert in de zin van beschikken over middelen. Maar de inhoud van de kluis kan daar wel uit bestaan. Het is (slechts) een aanwijzing. Met wel het bewijsvermoeden dat de inhoud tot het vermogen van de huurder wordt gerekend. En dat raakt aan het beginsel van complementariteit. Want waarom huur je een bankkluis? In het algemeen om iets in op te bergen wat thuis verloren zou kunnen gaan door bijv. brand of diefstal.[8] Het kan gaan om iets van waarde wat valt onder het middelenbegrip als bedoeld in art. 31 lid 1 Pw, of om iets wat (enkel) een emotionele waarde heeft. Foto’s bijvoorbeeld. Ik kan me goed voorstellen dat een bijstandsgerechtigde, die foto’s bewaard in een kluis, zich niet realiseert dat het huren van een bankkluis gemeld moet worden. Staat het huren van zo’n kluis vast, dan zal een betrokkene een verklaring moeten afleggen over de inhoud.
  5. Kan worden volstaan met een aannemelijke verklaring dat de inhoud van de kluis enkel persoonlijkheden eigendommen bevat of een geldswaarde maar dat het totale vermogen onder de vermogensgrens blijft?[9] Dat lijkt mij afhankelijk van de inhoud van de verklaring, al dan niet onderbouwd met (verifieerbare) stukken en misschien ook van de welwillendheid van het college om zo’n verklaring aannemelijk te achten. Anders dan bij de tenaamstelling van een auto of de KvK-inschrijving en het onderzoek of op geld waardeerbare activiteiten worden verricht, onttrekt de inhoud van een bankkluis zich volledig aan het gezichtsveld van het college. Er kan in beginsel geen nader onderzoek worden gedaan anders dan medewerking te vragen van de huurder om de bankkluis te openen. De huurder heeft toegang en weet wat er in de kluis zit. Het feit dat er op enig moment geen relevant vermogen in de bankkluis wordt aangetroffen zegt alleen iets over de inhoud ervan op dat moment en niets over de hier aan voorafgaande periode.[10] Wordt er tijdens het openen van de bankkluis geen relevant vermogen aangetroffen, dan zal het college daar vanaf dat moment betekenis aan moeten toekennen. Dat speelde in deze zaak niet. De periode waarbinnen het college het recht op bijstand heeft ingetrokken is begrensd. Na die periode loopt het recht op bijstand gewoon door. Maar dat was geen onderdeel van het geschil. Of appellante sindsdien de bankkluis niet meer huurt blijkt ook niet uit de uitspraak.
  6. Appellante komt in hoger beroep tegen de gevolgen van het niet melden van het huren van de bankkluis (de intrekking en terugvordering). Zij verklaart dat zij de kluis niet hoefde te melden want appellante huurde die voor haar dochter. Zij kreeg de huur contant van haar dochter terug. In de kluis lagen sieraden van haar dochter waarvan de ex-partner geen weet mocht hebben, aldus appellante. Volgens de CRvB is die stelling niet onderbouwd met concrete en verifieerbare gegevens. De schending van de inlichtingenverplichting gaat niet van tafel. De CRvB kent verder betekenis toe aan de omstandigheid dat appellante geweigerd heeft om de kluis te openen in het bijzijn van het college. De overweging bevreemdt mij enigszins. Bedoelt de CRvB dat het wel meewerken concrete en te verifiëren gegevens had kunnen opleveren? Zoals onder punt 6 is gezegd gaat het alleen om een constatering van dat moment. Verder merk ik op dat het niet meewerken aan het openen van de kluis de medewerkingsplicht wordt geschonden als bedoeld in art. 17 lid 2 Pw. En die schending kan alleen gevolgen hebben voor de toekomst.[11] Hoe het ook zij, de CRvB komt in deze zaak tot de slotsom dat door de kluis niet te melden en vervolgens ook het college de toegang te weigeren, appellante het college de mogelijkheid heeft ontnomen om vast te stellen wat er in de kluis lag, of van wie de inhoud van de kluis afkomstig was. En daarmee is de kous af; de intrekking en terugvordering houden stand.

Yes, handgeschreven; zonder AI-

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

[1] CRvB 21 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1572, <<USZ>> 2026/33, m.nt. I.M. Lunenburg (auto), CRvB 27 januari 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AQ6700 (KvK), CRvB 28 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:258, <<USZ>> 2014/75 (bankkluis).
[2] Zie de uitspraak uit 2025 (auto) onder voetnoot 1.
[3] Kamerstukken I 2025/26, 36785, A.
[4] Bijv. CRvB 31 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3215.
[5] CRvB 24 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN6344.
[6] CRvB 10 maart 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:299, <<USZ>> 2026/142, m.nt. M.J. Hüsen.
[7] CRvB 28 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:258, <<USZ>> 2014/75, CRvB 22 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:340, <<USZ>>2019/109, m.nt. H.W.M. Nacinovic.
[8] De uitgekeerde waarde van een verzekeraar zal niet altijd opwegen tegen het verlies van het verzekerde object.
[9] Volgens de systematiek die geldt vanaf 1 januari 2026.
[10] Zie de uitspraak uit 2019 onder voetnoot 6.
[11] Vgl. CRvB 10 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:38, <<USZ>> 2023/79, m.nt. M.W. Venderbos.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*