De tweede in de serie Huisbezoek. Een huisbezoek vormt een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer bedoeld in art. 8 EVRM. Zo’n inbreuk kan gerechtvaardigd zijn. Eh, hoezo dan?
In het algemeen komt groot gewicht toe aan het belang van een bijstandverlenende instantie om (onmiddellijk) een huisbezoek af te leggen om een door de betrokkene opgegeven woonsituatie te verifiëren. De reden om dat onmiddellijk na afloop van een gesprek te doen is dat de mogelijkheid bestaat dat in die woonsituatie voor het huisbezoek een wijziging wordt aangebracht, waardoor dit controlemiddel sterk aan effectiviteit inboet.
De bijstandverlenende instantie mag daarom van de betrokkene verlangen dat hij medewerking verleent aan een onmiddellijk af te leggen huisbezoek (bijv. CRVB:2007:BA2445).
Meewerken altijd verplicht?
Nee, zeker niet. Allereerst is van belang dat de bijstandverlenende instantie een redelijke grond heeft voor het huisbezoek en dat bij een verzoek om binnentreding aan de vereisten van de informed consent is voldaan. Zie blog update Regels van het huisbezoek in deze serie. Maar betrokkene kan ook dan nog steeds aangeven niet te kunnen (willen) meewerken. Heeft dat gevolgen? Dat hangt er van af. Onder bepaalde omstandigheden kan het weigeren van de medewerking de betrokkene niet worden tegengeworpen. Bijvoorbeeld als deze niet in staat is om de medewerking te verlenen door een in de persoon gelegen lichamelijke of psychische oorzaak, of als de betrokkene feitelijk niet in staat is om de medewerking te verlenen door een oorzaak die buiten zijn risicosfeer ligt.
Rechtvaardigingsgrond
Heeft betrokkene een zwaarwegend belang of zijn er gewichtige redenen? Dat kan een rechtvaardigingsgrond zijn om niet mee te werken aan een huisbezoek. Het belang van het bijstandverlenend orgaan om het huisbezoek (onmiddellijk) af te leggen of voort te zetten moet daarvoor dan wijken. De rechtspraak op dit punt is schaars. Ik noem er twee.
Zwaarwegend belang
In CRVB:2024:2461 oordeelt de Raad dat sprake is van een zwaarwegend belang. Wat was er aan hand? Tijdens het huisbezoek stonden twee medewerkers aan de deur, terwijl volgens de landelijke coronamaatregelen op dat moment maar één bezoeker per huishouden per dag mocht worden ontvangen. De baby van betrokkene die eerder na de geboorte kampte met luchtwegproblemen was aanwezig in de woning. Betrokkene had dan ook voldoende reden om beducht te zijn voor de mogelijke gevolgen van het Coronavirus voor zijn zoontje. Gelet hierop had hij een zwaarwegend belang, dat de weigering van het huisbezoek rechtvaardigde. Het college mocht het recht op bijstand niet intrekken.
Gewichtige redenen
In CRVB:2014:4350 gaat het om een aanvraagsituatie. Wat was hier aan de hand? De onduidelijkheid over de woonsituatie van betrokkene is tijdens een gesprek niet weggenomen. Daarom gaven de handhavingsmedewerkers rond 10.20 uur aan dat zij direct aansluitend aan dat gesprek een huisbezoek wilde afleggen op het door hem opgegeven adres. Betrokkene heeft hier niet mee ingestemd en heeft daarop de spreekkamer verlaten. De reden was dat betrokkene op dezelfde ochtend vrijwel aansluitend aan het gesprek met de handhavingsmedewerkers een sollicitatiegesprek had bij Werkstroom. Een medewerker van Werkstroom heeft op dezelfde middag per email aan een van de handhavingsmedewerkers bevestigd dat betrokkene om 11.00 uur een (belangrijk) gesprek heeft gehad met een potentiële werkgever. Verder is begrip gevraagd voor de lastige positie van betrokkene en is erop aangedrongen het huisbezoek op een ander moment uit te voeren. Volgens de Raad had betrokkene een gewichtige redenen om niet mee te werken. Het college had de bijstand moeten toekennen met ingang van de datum melding; de Raad voorziet zelf.
Gevolgen voor eigen rekening en risico
Vaker komt het voor dat de door betrokkene aangevoerde redenen om niet mee te kunnen werken niet als zwaarwegend belang of gewichtige redenen worden aangemerkt. Maar dat het in de risicosfeer van betrokkene ligt als een noodzakelijk geacht huisbezoek op het opgegeven woonadres niet (terstond) mogelijk is. De gevolgen hiervan (afwijzen aanvraag of intrekken recht op bijstand) komen voor eigen rekening en risico (bijv. CRVB:2007:BB4828). Hieronder drie voorbeelden.
Familiebezoek
In CRVB:2017:1393 oordeelt de Raad over de vraag of een familiebezoek een zwaarwegende reden is om medewerking aan het vooraf aangekondigde huisbezoek te weigeren. Hoe is dit gegaan? Het gaat om een aanvraagsituatie en betrokkene wordt tijdens de procedure bijgestaan door zijn gewezen partner. Zij verklaart dat betrokkene tweemaal een beroerte heeft gehad en dat zij hem dagelijks helpt in de huishouding door voor hem te koken, te wassen en het huis schoon te maken. Daarin zag het college een redelijke grond voor een huisbezoek. Dat zou later die dag plaatsvinden, waarmee betrokkene en zijn gewezen partner hebben ingestemd. Betrokkene werd echter niet aangetroffen op het opgegeven adres, ook niet na herhaaldelijk aanbellen. Na meermaals tevergeefs telefonisch contact te hebben gezocht met betrokkene is de gewezen partner gebeld. Zij vertelde dat betrokkene in de omgeving van de woning was. Haar is gevraagd om hem erop te attenderen dat hij meteen naar woning moest komen voor het huisbezoek. Na tien minuten opnieuw gebeld. Toen heeft zij verklaard dat betrokkene niet naar huis kon komen omdat hij naar Den Haag was vertrokken voor een afspraak. Hiervan is tijdens het gesprek (toen het voorgenomen huisbezoek op diezelfde dag is aangekondigd), geen melding gemaakt. Dat brengt iemand in een lastige bewijspositie. Betrokkene heeft nagelaten zelf spontaan of door een ander contact op (laten) te nemen om de verhindering en de reden daarvan door te geven of anderszins toe te lichten. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde desgevraagd niet kunnen aangeven of mogelijk sprake is geweest van een plotseling opkomende noodzaak om naar Den Haag te vertrekken, ondanks de geplande afspraak voor het huisbezoek op die dag. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat betrokkene een plotseling opkomende en zodanig zwaarwegende reden had (om het huisbezoek geen doorgang te laten vinden) dat daarvoor het belang van het college om nog op diezelfde dag de woon- en leefsituatie van hem door middel van een huisbezoek te verifiëren, moest wijken. Wat betrokkene nog in algemene zin onder verwijzing naar de Hindoestaanse cultuur ter zake van rituelen rond overleden familieleden naar voren heeft gebracht kan hier niet aan afdoen. Dat is in dit geval op geen enkele wijze in concrete zin toegelicht of onderbouwd. Aanvraag terecht afgewezen op de grond dat het recht op bijstand niet is vast te stellen wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsverplichting (art. 17 lid 1 en 2 PW).
Geen sleutel voorhanden
In CRVB:2021:938 oordeelt de Raad over een huisbezoek wegens vermeende samenwoning. Betrokkene kon tijdens het huisbezoek de berging niet tonen omdat de vermeende partner, de enige sleutels van betrokkens woning, waaronder de sleutel van de berging, had meegenomen toen hij de woning verliet. Dit ligt in de risicosfeer van betrokkene. In CRVB:2018:1217 speelde ook zoiets. Volgens betrokkene lag de sleutel van de schuur bij haar moeder. Toegang tot de schuur was nodig om om verdere duidelijkheid te verkrijgen over de woon- en leefsituatie van betrokkene. Niet aannemelijk is dat dit ook kon door via het gewapend glas in de schuur te kijken. Betrokken is tot tweemaal in de gelegenheid gesteld haar moeder te bellen. Zij verklaart haar moeder niet te kunnen bereiken. Dat ligt in haar risicosfeer.
Afspraak met psychiater
In CRVB:2015:4377 weigert betrokkene medewerking te verlenen aan een huisbezoek. Daar had hij een reden voor. Althans, hij stelt dat hij een afspraak heeft met zijn psychiater. Maar kon daar desgevraagd geen afsprakenbriefje of -kaartje van overleggen. Ook wilde hij niet vertellen hoe laat hij de afspraak had. De fraudecontroleurs hebben hem in de gelegenheid gesteld te bellen met zijn psychiater, maar dit wilde hij niet. Betrokkene wordt gewezen op de consequenties van het weigeren van een huisbezoek, maar hij volhard enkel in zijn weigering medewerking te verlenen. De stelling dat betrokkene aansluitend aan het gesprek met de fraudecontroleurs een afspraak had bij zijn psychiater, is in het geheel niet onderbouwd. Bovendien heeft hij geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om zijn afspraak te verzetten en evenmin aangegeven wat de consequenties zouden zijn van het missen van de afspraak. Het college mocht het recht op bijstand intrekken.
Hoofdbewoner geeft geen toestemming
In CRVB:2008:BD3521 ging het ook om een aanvraagsituatie. Betrokkene geeft aan tijdelijk inwonend te zijn in de woning van R. Hij is de hoofdbewoner. Verder verklaart zij het volgende. Er is nog een derde bewoner en dat zij met drie personen in één kamer slapen terwijl de andere slaapkamer bij de hoofdbewoner als studeerkamer/kantoor in gebruik is. De hoofdbewoner heeft haar onderhouden en zij verzorgt hem maar er is geen sprake van een relatie. De gemeente hanteert beleid dat een huisbezoek onderdeel is van de aanvraagprocedure. Betrokkene geeft echter aan dat de hoofdbewoner hier, gelet op eerdere ervaringen met de sociale dienst, problemen mee heeft. Dat is reden waarom zij niet kan meewerken aan het huisbezoek; ze wil eerst overleggen met de hoofdbewoner. Hiervan is een verklaring opgesteld die door betrokkene is ondertekend. De Raad acht de gestelde redenen niet van zodanig gewicht dat daarvoor het belang van het college om de door appellante opgegeven woonsituatie te verifiëren zou moeten wijken. Het ligt in de risicosfeer van betrokkene als een noodzakelijk huisbezoek op het door haar opgegeven woonadres niet mogelijk is. De Raad voegt hieraan nog toe dat betrokkene in haar weigering heeft volhard, nadat haar was meegedeeld dat deze weigering tot gevolg had dat de bijstand zou worden geweigerd.
Niet in staat om medewerking te verlenen
Het kan voorkomen dat iemand niet op tijd ’thuis’ is voor de afspraak van het huisbezoek én dat de oorzaak daarvan buiten iemands risicosfeer ligt. Dat was het geval in CRVB:2022:1864. Het ontbreken van de vereiste medewerking was betrokkene daarom in zoverre niet tegen te werpen. Alleen dat het huisbezoek niet zo snel mogelijk na het afgesproken tijdstip heeft kunnen plaatsvinden, is wel aan betrokkene te wijten. Dit is veroorzaakt door het feit dat zij niet telefonisch contact heeft opgenomen en ook niet telefonisch bereikbaar was. Dit ligt in haar risicosfeer. De Raad passeert het gebrek met art. 6:22 Awb.
Met dank aan KrolKreatie voor de tekening.
©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies
Yes, handgeschreven; zonder AI-:)
