Annotatie USZ: Wat is de voorliggende voorziening voor elektrakosten van hulpmiddelen?

CRVB:2025:1477

Verschenen in USZ 2025/296

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvragen. Bijzondere bijstand voor kosten elektra voor meerdere hulpmiddelen. Geen voorliggende voorziening. Opdracht nieuwe beslissing op bezwaar. Niet in geschil is dat de Zvw voor de aanschafkosten van hulpmiddelen (o.m. een triple-stoel) een voorliggende voorziening is, maar voor de elektrakosten voor het gebruik van die middelen niet. Verder is niet in geschil dat appellante elektrakosten heeft die iemand die deze hulpmiddelen niet heeft niet maakt. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of art. 15 lid 1 2e volzin PW in de weg staat aan bijstandverlening voor die meerkosten. Uit de aard van de hier in geding zijnde kosten en de tekst en strekking van art. 2.9 lid 2 Bzv volgt naar het oordeel van de Raad dat de kosten van elektra voor het gebruik van de op grond van de Zvw aan appellante verstrekte hulpmiddelen niet als medische kosten aan te merken zijn en dat deze daarom buiten de reikwijdte van de Zvw vallen. Voor deze kosten is de Zvw dus geen voorliggende voorziening. Art. 15 lid 1 PW staat daarmee niet in de weg aan verlening van bijzondere bijstand.

Noot I.M. Lunenburg

  1. In de hier opgenomen uitspraak oordeelt de CRvB over de vraag of het college de aanvragen om bijzondere bijstand voor de kosten van elektra voor hulpmiddelen mocht afwijzen. Het gaat om meerdere hulpmiddelen die zijn verstrekt op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wmo 2015. De grondslag van het bestreden besluit is art. 15 lid 1 tweede volzin Pw; er is een voorliggende voorziening voor de kosten en binnen de voorliggende voorziening is een bewuste beslissing genomen over de noodzaak van vergoeding.
  2. Waar gaat het om? Appellante maakt gebruik van een triple-stoel, een sta-op-stoel, een antidecubitus luchtwisselmatras en een apneu apparaat. Dit zijn hulpmiddelen als bedoeld in art. 2.9 Besluit zorgverzekering (Bzv). Op grond van de Wmo 2015 zijn aan haar een scootmobiel en E-motionwielen toegekend (zie onderliggende uitspraak rechtbank Rotterdam 11 juli 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:7927). Appellante maakt door het gebruik van de hulpmiddelen elektrakosten die iemand die deze hulpmiddelen niet heeft niet maakt. Aannemelijk is dat appellante daardoor meer elektrakosten dan gemiddeld maakt. De gemeente en appellante hebben ongeveer 3 maanden na de zitting bij de CRvB een schikking getroffen voor de elektrakosten verbonden aan het gebruik van de hulpmiddelen die op grond van de Wmo 2015 zijn verstrekt. Uit de uitspraak blijkt niet of het college bijzondere bijstand of een financiële tegemoetkoming op grond van de Wmo 2015 heeft toegekend (zie verder onder punt 7).
  3. Niet in geschil is dat de Zvw voor de aanschafkosten van de onder punt 1 genoemde hulpmiddelen een voorliggende voorziening is als bedoeld in art. 15 lid 1 Pw en de elektrakosten voor het gebruik van die hulpmiddelen niet op grond van de Zvw worden vergoed. Uitsluitend is in geschil of de Zvw (ook) een voorliggende voorziening is voor de elektrakosten. Art. 15 lid 1 Pw bepaalt de bevoegdheid tot bijstandsverlening in relatie tot de voorliggende voorziening. Geen recht op (bijzondere) bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. De Pw heeft (ook) geen functie als binnen de voorliggende voorziening een bewuste beslissing is genomen over de noodzaak van vergoeding van bepaalde kostensoorten in het algemeen of in een specifieke situatie (art. 15 lid 1 tweede volzin Pw). De dekking van de in de Zvw geregelde verzekering is dwingendrechtelijk bij en krachtens die wet geregeld. De verzekerde prestaties en zorgvormen staan in de Zvw. En de inhoud en omvang van deze prestaties zijn uitgewerkt in lagere regelgeving: het Bzv en de Regeling zorgverzekering (Rzv). De daarin omschreven prestaties vormen tezamen het verzekerde pakket waarop recht bestaat. Kan daaruit worden afgeleid dat het om een bewuste keuze van de wetgever gaat om de kosten niet te vergoeden?
  4. Vaste rechtspraak is dat voor medische en paramedische zorg de Zvw een toereikende en passende voorliggende voorziening is als bedoeld in art. 15 lid 1 Pw. In deze regelgeving is in het algemeen een bewuste keus gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van de kosten (bijv. CRvB 16 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7320). Wel rust op het college de bewijslast voor de vraag of een bepaalde kostensoort binnen de reikwijdte van een voorziening valt. Het college mag daarbij gebruikmaken van de vooronderstelling die gebaseerd is op de keuze(s) van de wetgever; de zogenoemde pakketprincipes (CRvB 26 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2313, <<USZ>> 2025/37, m.nt. Red.). In de hiervoor aangehaalde uitspraak oordeelt de CRvB ook dat het moeilijk is voor te stellen dat ervoor wordt gekozen om op zichzelf noodzakelijke zorg niet in de Zvw op te nemen enkel en alleen vanwege budgettaire redenen. Een onderzoek daarnaar kan daarom achterwege blijven (vgl. CRvB 17 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4230). Het komt neer op het volgende. Voor de kwalificatie medische zorg moet duidelijk zijn of kosten (n)ooit in het verzekerde pakket hebben gezeten. Alleen dat geeft antwoord op de vraag of de kosten wel of juist niet binnen de reikwijdte van de voorliggende voorziening vallen. Wat is de kwalificatie van de kostensoort waar bijzondere bijstand voor wordt aangevraagd? Kort gezegd: gaat het om medische zorg? Dan vallen de kosten binnen de reikwijdte van het verzekerd pakket; de Zvw is een voorliggende voorziening. Komen de kosten niet voor vergoeding in aanmerking? Dan kan er in beginsel van worden uitgegaan dat in de Zvw de bewuste keus is gemaakt dat het vergoeden van deze kosten niet noodzakelijk is (bijv. CRvB 10 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1937, <<USZ>> 2023/332, m.nt. M. Otte).
  5. Terug naar de hier opgenomen uitspraak. Zijn de elektrakosten voor het gebruik van hulpmiddelen aan te merken als medische zorg? Hulpmiddelenzorg is thans neergelegd in art. 2.9 Bzv. In het tweede lid van dat artikel staat dat de kosten van normaal gebruik van hulpmiddelen niet worden vergoed, behalve als bij ministeriële regeling (de Rzv) anders is bepaald. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van art. 2.9 Bzv blijkt wat onder normaal gebruik wordt verstaan; de kosten komen (blijven) voor rekening van de verzekerde. Het gaat in ieder geval om de kosten van energiegebruik (Kamerstukken II 2004/05, 29763, nr. 74, p. 42). In de Rzv is niet opgenomen dat de kosten van elektra voor gebruik van de hulpmiddelen hier in geding worden vergoed vanuit de Zvw. Dat betekent dat de elektrakosten voor medische hulpmiddelen onder de kosten van normaal gebruik vallen in de zin van art. 2.9 lid 2 Bzv. Om die reden worden ze niet vergoed. Dat was onder de rechtsvoorganger van de Zvw, de Ziekenfondswet (Zfw), ook het geval. De CRvB oordeelt dat de wetgever dit van meet af aan voor ogen heeft gehad (Stb. 1966, 3). Art. 15 lid 3 Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering was een gelijkluidende voorloper van art. 2.9 lid 2 Bzv. De kosten van elektra voor het gebruik van de op grond van de Zvw aan appellante verstrekte hulpmiddelen zijn geen medische kosten en vallen buiten de reikwijdte van de Zvw. Er is dus geen sprake van een voorliggende voorziening in de zin van art. 15 lid 1 Pw. Komen de (meer)kosten van elektra in aanmerking voor bijzondere bijstand?
  6. De CRvB oordeelt dat elektra in beginsel voor eenieder verkrijgbaar is en het gebruik daarvan is gangbaar. Het feit dat kosten van elektra verband houden met en benodigd zijn voor het functioneren van de hulpmiddelen, brengt dan ook nog niet met zich dat deze kosten daarmee kunnen worden vereenzelvigd. Ook als er sprake is van aanzienlijke elektrakosten bij gebruik van de hulpmiddelen of deze hoger zijn dan gemiddeld. Voor deze rechtsregels verwijst de CRvB naar (de niet gepubliceerde uitspraak) CRvB 15 december 1988, ECLI:NL:CRVB:1988:AK8580. De CRvB volgt het college dus niet in het standpunt dat deze kosten inherent en onlosmakelijk verbonden zijn aan het gebruik van deze hulpmiddelen en alleen daarom al voor vergoeding in aanmerking moeten komen. Kosten van elektra zijn bestaanskosten die horen bij een algemeen gangbaar bestedingspatroon op minimumniveau en zijn naar hun aard bezien geen medische kosten. Energiekosten worden tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten gerekend. Dat wordt niet anders als er vanwege een medische aandoening sprake is van meer energiekosten dan gemiddeld (bijv. CRvB 25 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4043). Hoe het ook zij, het college moet een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar. Die opdracht bestaat uit het aan de hand van art. 35 lid 1 Pw te onderzoeken of en, zo ja, tot welk bedrag appellante recht heeft op bijzondere bijstand voor de kosten van elektra voor het gebruik van hulpmiddelen.
  7. De rechtbank kwam tot het oordeel dat de Wmo 2015 een voorliggende voorziening is voor de elektrakosten voor de hulpmiddelen die op grond van die wet aan appellante zijn verstrekt. De rechtbank baseert het ingenomen standpunt op rechtbank Gelderland 18 april 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:1680 en CRvB 10 oktober 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2021. Het ging in die zaken niet om elektrakosten maar wel om kosten die verbonden zijn aan het gebruik van een voorziening al dan niet door een causaal verband. Zoals gezegd is er in deze zaak een schikking getroffen tussen partijen. Is het college gehouden voor deze kosten een financiële tegemoetkoming op grond van de Wmo 2015 te verstrekken? De uitspraken van de CRvB over elektrakosten zijn schaars en geven geen eenduidig antwoord op de principiële vraag. Dit mede gelet op het bestreden besluit dat voorligt. Ik ken er twee. In 2009 oordeelt de CRvB over de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor de meerkosten van het opladen van de accu’s van een elektrische rolstoel en tillift. Volgens de CRvB gaat het tot een bedrag van € 65,- per jaar om uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten (CRvB 31 maart 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI1158). In 2017 oordeelt de CRvB over de afwijzing van een aanvraag om vergoeding van de extra stroomkosten voor de verwarming van de uitraasruimte die op grond van de Wmo aan appellante is verstrekt (CRvB 9 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2777, <<USZ>> 2017/341). De CRvB bevestigt de aangevallen uitspraak want appellante maakt niet aannemelijk dat de stroomkosten waarvoor zij een vergoeding vraagt het enkele gevolg zijn van het gebruik van de elektrische vloerverwarming van de uitraasruimte. Volgens de CRvB kan daarom in het midden blijven of het college op grond van de Wmo gehouden is om de gebruikslasten van een toegekende Wmo-voorziening te vergoeden. Ook in CRvB 30 december 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3472 oordeelt de CRvB dat niet met objectieve gegevens inzichtelijk is gemaakt dat appellante extra energiekosten had voor de woonunit die aan haar is verstrekt.
  8. Tot slot. Wat zou een verdedigbaar standpunt kunnen zijn voor de grondslag van het besluit? In tegenstelling tot de Zvw is in de Wmo 2015, noch in de rechtsvoorgangers, niet een met art. 2.9 lid 2 Bzv vergelijkbare bepaling opgenomen. De CRvB oordeelt in deze zaak dat de kosten van elektra, net als andere energiekosten, tot de algemeen noodzakelijke bestaanskosten worden gerekend. Dat wordt niet anders als er vanwege een (medische) aandoening sprake is van meer energiekosten dan gemiddeld. Compensatie van bestaanskosten valt buiten de reikwijdte van de Wmo 2015 (CRvB 6 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1073, <<USZ>> 2021/207). In dat geval is de Wmo 2015 geen voorliggende voorziening en moet een aanvraag om bijzondere bijstand worden beoordeeld op grond van art. 35 lid 1 Pw. Ik verwijs naar de uitspraak van de CRvB uit 2009 onder punt 7. Of zou zo’n aanvraag afgewezen kunnen (moeten) worden op de grond dat het een algemeen gebruikelijke voorziening is als bedoeld in art. 2.3.5 lid 3 Wmo 2015? Het gaat om kosten die (wel) gangbaar zijn onder de gehele bevolking (CRvB 3 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1362, <<USZ>> 2024/252, m.nt. I.M. Lunenburg).

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*