Weblog
| Wetswijzigingen WWB, bijstand aanvullende ziektekostenverzekering, nog een keer verboden inkomensgrenzen en jurisprudentie - zondag 11 december 2011 |
Wetswijzigingen WWB
Het zal een vijf-voor-twaalf verhaal worden voordat we definitief weten of het wetsvoorstel tot wijziging van de WWB en intrekking van de WIJ door de Eerste Kamer wordt aangenomen. Op 9 december bracht de Commissie SZW van de Eerste Kamer het Nader Voorlopig Verslag uit. De leden van de Commissie (PvdA, CDA, SP en Groen Links) hebben nog vragen aan de regering die gaan onder meer over:
-
de onderbouwing van de geraamde € 54 miljoen besparing
-
de uitvoerbaarheid (ICT en wetstechnisch) van de wijzigingen
-
het alternatief van de G4 voor de huishoudtoets
-
de uitvoering van de motie Sterk (bijzondere bijstand voor onontkoombare kosten zoals de ziektekostenverzekering)
De regering zal de vragen - gelet op de planning - zo spoedig mogelijk moeten beantwoorden. Is dat afdoende gebeurd, dan zal de Eerste Kamer het wetsvoorstel op 19 en 20 december plenair behandelen en daarover dan stemmen. Maar daar gaat dus nog wel een en ander aan vooraf.
Scholing wetswijzigingen
Inmiddels heb ik veel scholing verzorgd op de wetswijzigingen waarbij natuurlijk de huishoudtoets en het overgangsrecht bijzonder 'in trek' zijn. Je moet wel even de tijd nemen voor de systematiek, maar het lukt om alle vragen (lees: casussen) te beantwoorden met vast lijstje van vragen, is mijn ervaring.
Is de huishoudtoets te vangen in een bruikbaar schema? Dat denk ik wel, ben nog aan het puzzelen maar hij is bijna klaar. Deelnemers aan scholing voor open inschrijving en klanten door wie ik ben uitgenodigd om scholing incompany te verzorgen, ontvangen een exemplaar.
Aanvullende ziektekostenverzekering
Het verlenen van categoriale bijstand in de vorm van een collectieve ziektekostenverzekering aan minima wordt in het wetsvoorstel begrensd tot degene met een (gezins)inkomen tot 110% (artikel 35 lid 6 WWB). In TK 2010-2011, 32 815, nr. 7 staat dat het colleges vrij staat om mensen met een inkomen boven de 110% wel gebruik te laten maken van de (premie)kortingen en specifieke polisvoorwaarden die de gemeente met de zorgverzekering is overeengekomen, mits de gemeente daarbij niet overgaat tot vergoeding van aanvullende premie of een deel daarvan.
In CRvB 30-08-2011, BR7109 WWB oordeelt de CRvB echter dat artikel 35 lid 6 WWB niet als grondslag kan dienen voor het verlenen van een tegemoetkoming in de kosten van de premie voor de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Verleent het college een premie, dan moet dat beleid - volgens de CRvB - worden gekwalificeerd als buitenwettelijk begunstigend beleid. Een mooie uitspraak die bevestigt wat ooit bedoeld is door de wetgever: categoriale bijzondere bijstand alleen in de vorm van collectieve aanvullende ziektekostenverzekering ('natura'). De gemeente kan voor de deelnemers in collectiviteit kortingen bedingen of vergoeding van bepaalde kostensoorten. Dit betekent evenwel dat de categoriale bijzondere bijstand in de vorm van 'natura' niet meer toegankelijk is voor mensen met een (gezins)inkomen boven 110%. Uit de uitspraak concludeer ik dan ook dat hetgeen in TK 2010-2011, 32 815, nr. 7 is gesteld, strijdig is met de wet.
Individuele bijzondere bijstand mogelijk?
Verbaast was te lezen dat het Bureau BS&F uit de hierboven genoemde uitspraak concludeert dat een premiebijdrage aan belanghebbenden met een inkomen boven de 110% daarom alleen kan worden toegekend op grond van de artikel 35 lid 1 WWB (individuele bijzondere bijstand). Ik zou gemeenten nadrukkelijk willen adviseren hier voorzichtig mee om te gaan. Allereerst omdat de kosten van een (individuele) aanvullende verzekering geen noodzakelijke kosten zijn (CRvB 08-03-2011, BP7532 WWB, CRvB 09-06-2009, BJ0815 WWB en CRvB 07-01-2003, AF7402 NABW). Ten tweede is het niet ondenkbaar dat bijstandsverlening voor de kosten van een premie door de wetgever niet wordt geaccepteerd, zeker als die bijstand wordt verleend aan belanghebbende(n) met een (gezins)inkomen boven de 110%. Daarmee wordt immers via de individuele bijzondere bijstand toch bijstand aan hen verleend, en daarvoor heeft de regering nu juist de wettelijke inkomensgrens ingesteld. Volgens de CRvB kan het verlenen van bijstand in de vorm van een premie weer niet worden aangemerkt als categoriale bijzondere bijstand.
Verbod op inkomensgrenzen
In mijn weblog van 12 november en 20 november schreef ik ook al over de vraag of inkomensgrenzen nu wel of niet zijn toegestaan. De antwoorden van de Staatssecretaris tijdens de eerste termijn van het begrotingsdebat hebben tot veel publiciteit geleid. In Binnenlands Bestuur van 9 december jl. las ik met belangstelling het artikel "Verboden inkomensgrens Wmo toch regelmatig ingezet" door freelance journalist Brian van der Bol. Lees mijn reactie bij dat artikel. Ook de CG-Raad stelde onlangs dat Minister Schipper zegt dat de Wmo inkomensgrenzen niet toestaat.
Ik vind het jammer dat de discussies inhoudelijk niet (geheel) juist worden gevoerd. In een aantal gevallen wordt ten onrechte met een beschuldigende vinger naar gemeenten gewezen, wat ik niet in alle gevallen terecht vind. Tijd voor een artikel, daarmee ben ik inmiddels begonnen, binnenkort meer daarover.
Wmo-jurisprudentie
In CRvB 25-11-2011, BU6446 Wmo-VV oordeelt de voorzieningenrechter over het verzoek van belanghebbende een voorlopige voorziening te treffen. In deze zaak komt de advisering weer eens mooi aan bod. Daarnaast is het aardig deze uitspraak te bezien tegen de nieuwe taak van de gemeente in 2013: de verantwoordelijkheid voor het bieden van begeleiding. Het is allereerst de vraag of de voorzieningenrechter een spoedeisend belang aanwezig acht en vervolgens of een redelijke mate van waarschijnlijkheid bestaat dat het besluit in de bodemprocedure niet in stand zal kunnen blijven.
Waar gaat het om in deze zaak?
Aan belanghebbende (alleenstaande ouder) is een gesloten buitenwagen toegekend om haar in staat te stellen samen met haar zoon te reizen, die gedragsproblemen heeft. De toekenning van deze vervoersvoorziening was tijdelijk, tot haar zoon de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt omdat hij dan zelfstandig zou kunnen reizen. Opgemerkt wordt dat belanghebbende zelf ook beperkt is, maar dat enkel gelet op haar beperkingen een scootmobiel en deelname aan het collectief vervoer zouden kunnen volstaan.
Het college heeft bij brief kennis gegeven van zijn beslissing om de toekenning te beëindigen en de wagen in te nemen en handhaaft dit besluit in bezwaar. Daaraan ligt ten grondslag dat - anders dan voorheen - de zoon met het openbaar vervoer reizen, mits de route van tevoren is getraind. Aan dit besluit liggen twee deskundigenadviezen ten grondslag.
De feiten
Bij de zoon van belanghebbende is ODD gediagnosticeerd. Hij heeft ernstige gedragsproblemen, waaronder een gestoorde agressieregulatie en een IQ van 80. Hij volgt speciaal voortgezet onderwijs. Het is na veelvuldig oefenen gelukt hem met het openbaar vervoer naar school te laten gaan. Dat gaat echter lang niet altijd goed. Wegens wangedrag is hij al een paar keer uit de tram gezet. Hij is ook al eens door de politie naar huis gebracht omdat hij de weg kwijt was. In verband met zijn gedragsproblemen is hij verkeersonveilig, waardoor fietsen geen optie is. Dat is ook niet veilig als hij naast een open vervoermiddel van belanghebbende fietst. Hij heeft daardoor in 2010 al eens een arm gebroken. Deelname aan het collectief vervoer is niet acceptabel wegens overlast voor de andere reizigers. Training voor vervoer naar niet bekende bestemmingen is geen oplossing, omdat daarvoor de nodige begeleiding ontbreekt. In 2009 is een gesloten buitenwagen toegekend om belanghebbende in staat te stellen samen met haar zoon te reizen.
Volgens belanghebbende heeft haar zoon continu begeleiding nodig, ook bij vervoer buitenshuis. Hij is weliswaar ouder geworden, maar de gedragsproblemen zijn niet veranderd. Het college voert aan dat deze stelling niet met medische stukken is onderbouwd. Een verklaring van Spirit (jeugd en opvoedhulp) is - naar oordeel van het college - geen medische verklaring.
Het oordeel van de voorzieningenrechter
Naar oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk dat door de inname van de gesloten buitenwagen een serieus vervoersprobleem is ontstaan. Daarmee is gegeven dat belanghebbende een spoedeisend belang heeft. Tevens stelt de voorzieningenrechter vast dat het toekenningsbesluit van de gesloten buitenwagen berust op een advies van het CIZ. Daarin staat onder meer: "dat uw cliënte zich vanwege de gedragsstoornissen van haar zoon niet samen met haar zoon kan verplaatsen met een scootmobiel; dat gelet op de gedragsstoornissen van de zoon van uw cliënte uitstapjes dusdanig onplanbaar zijn, dat het aanvullend openbaar vervoer (AOV) niet altijd een adequate voorziening is. Als er sprake is van onbekende situaties dan is er voor de zoon van uw cliënte om medische redenen voortdurend begeleiding nodig. Hij kan dan niet samen met anderen reizen en lang wachten zonder vertrouwde begeleiding is dan niet gewenst. Ook om die reden is het gebruik van het AOV slechts in beperkte mate geschikt voor hem.”
Het besluit tot inname van de gesloten buitenwagen baseert het college op externe adviezen. Die zijn onder meer tot stand gekomen op basis van telefonische inlichtingen, ingewonnen bij de maatschappelijk werkster. Zij verklaart dat de zoon van belanghebbende niet in staat is om:
-
naar onbekende bestemmingen te reizen
-
op straat en in het verkeer situaties in te schatten en
-
dat hij in het verkeer directe begeleiding nodig heeft van iemand die voldoende overwicht over hem heeft.
Het advies houdt wel in dat de zoon van belanghebbende in staat is te reizen met het openbaar vervoer nadat de route van tevoren is getraind en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij niet in staat zou zijn om onder begeleiding naar onbekende bestemmingen te reizen. De zoon toont geen woede-uitbarstingen bij onbekenden. Heeft hij echter woede-uitbarstingen, dan gaan die gepaard met zeer agressief gedrag. De woede-uitbarstingen zijn mede afhankelijk van de gemoedstoestand van moeder. De adviseur meent daarom dat er een strikte contra-indicatie is voor het reizen met moeder in een gesloten buitenwagen.
De voorzieningenrechter overweegt in de eerste plaats dat de enkele omstandigheid dat de zoon de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt onvoldoende is om aan te nemen dat de noodzaak van de gesloten buitenwagen niet langer aanwezig is. Dat zal dus moeten blijken uit het onderzoek. Dat het onderzoek onvoldoende wordt geacht komt - volgens mij - voornamelijk omdat niet is onderzocht of begeleiding bij het reizen per Openbaar Vervoer feitelijk voorhanden is en of die begeleiding niet in betekenende mate door belanghebbende geboden zou moeten (kunnen) worden.
Uit de stukken blijkt het gezin wordt begeleid door of via het Bureau Jeugdzorg. Door de gedragsproblemen van de zoon is sprake van een kwetsbaar gezinssysteem. De voorzieningenrechter maakt uit de verklaring van het Bureau Jeugdzorg, op dat een gesloten buitenwagen nodig is om belanghebbende in staat te stellen haar zorgtaken als moeder te kunnen vervullen. Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat de Beleidsregels van de gemeente in kwestie daarvoor ruimte bieden. Daarin staat "c. Zorg voor kinderen. Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen aan ouders met een beperking wordt rekening gehouden met de zorg voor kinderen. Dit kan aanleiding zijn voor het verstrekken van een individueel vervoermiddel. Er worden echter ook alternatieven betrokken die de ouders zelf voor dat vervoer kunnen organiseren. Als dergelijke alternatieven voorhanden zijn, wordt geen individueel vervoermiddel verstrekt.”
De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat bij de advisering ten onrechte geen inlichtingen zijn ingewonnen bij Spirit en het Bureau Jeugdzorg en dat ten onrechte niet is gemotiveerd waarom belanghebbende zonder een gesloten buitenwagen voldoende in staat zou zijn om haar zorgtaken als moeder te kunnen vervullen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen. De voorzieningenrechter bepaalt dat aan belanghebbende - hangende het hoger beroep in de bodemzaak - binnen twee weken na dagtekening van de uitspraak een gesloten buitenwagen wordt verstrekt.
Tot volgende week, laatste weblog van 2011
Wil je de weblogs van 2011 in een gebundeld exemplaar ontvangen? Mail mij dan, ze worden in beperkte oplage gemaakt.
Ingeborg
Reacties:
| Er zijn nog geen reacties op dit bericht geplaatst. |
Reageren:
