Weblog
| Vervolg verbod inkomensgrenzen, AWBZ-PGB, moties en demonstranten wees gewaarschuwd - zondag 20 november 2011 |
In mijn weblog van 12 november is het verbod op inkomensgrenzen aan bod geweest. Interessante materie, daar moet een kort vervolg op komen.
Zoals je hebt kunnen lezen stonden afgelopen maandag de plannen om een inkomensgrens te hanteren voor vervoersvoorzieningen op de agenda van de gemeenteraad bij de gemeente in kwestie. Het antwoord van de Minister op de vraag van het Kamerlid Venrooy-Van Ark (VVD) of gemeenten inkomensgrenzen mogen stellen is - zo blijkt - aanleiding om de bezuinigingsmaatregelen van de agenda te halen. Kort gezegd: voorlopig daar geen inkomensgrenzen. Dit heeft overigens wel een gat in de begroting geslagen.
Ik stel dat in parlementaire behandeling en de jurisprudentie geen steun is te vinden voor het standpunt dat het hanteren van inkomensgrenzen niet is toegestaan, mits de ratio daarvan 'algemeen gebruikelijk' is. Het moet dus gaan om kosten die iedereen maakt ongeacht of hij beperkingen heeft. Dat bij een dergelijk standpunt het inkomen een rol speelt is evident, maar dat kan - tot de Centrale Raad anders oordeelt - niet zonder meer op één lijn worden gesteld met de capaciteit van de aanvrager. Ik meen dat de capaciteit van de aanvrager verder reikt dan 'algemeen gebruikelijk' (zie Staatsblad 2006 450, p. 17-18).
Algemeen gebruikelijke kosten die een ieder - in meer of mindere mate - heeft, zijn de kosten van vervoer. In CRvB 20-07-2011 BR3280 Wmo oordeelt de CRvB over de vraag of het college zich terecht op het standpunt stelt dat:
-
een belanghebbende bij een inkomen dat hoger is dan 1,5 maal het norminkomen, geacht wordt zelf de kosten van vervoer te kunnen dragen; en
-
dat op dit uitgangspunt een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik van de (individuele) rolstoeltaxi, voor zover het gaat om meerkosten.
De meerkosten moeten hoger zijn dan de kosten van vervoer die men wordt geacht zelf te kunnen dragen. De hoogte daarvan is forfaitair vastgesteld en net zo hoog als de vervoerskostenvergoeding binnen de regio (lokaal) voor belanghebbenden met een lager inkomen dan 1,5 keer het norminkomen.
Voor een belanghebbende die gebruik maakt van de rolstoeltaxi, maar een hoger inkomen heeft dan 1,5 keer het norminkomen geldt het volgende. Voor de meerkosten van de rolstoeltaxi wordt een bedrag toegekend dat is gebaseerd op het verschil tussen de (forfaitaire) kosten die men zelf geacht wordt te betalen met een dergelijk inkomen en de forfaitair vastgestelde rolstoeltaxivergoeding.
De CRvB oordeelt dat het college in hoger beroep voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat de Beleidsregels niet inhouden dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen de reële kosten van eigen vervoer en de reële kosten van taxivervoer. Mede gelet op de aan het college toekomende beleidsvrijheid acht de CRvB dit geen onaanvaardbare gedragslijn.
Moties Voortgezet Algemeen Overleg PGB
Op 15 november heeft de Tweede Kamer gestemd over de moties van het AWBZ-PGB. Van uitstel van de PGB-maatregelen per 1 januari 2012 lijkt dus geen sprake. De motie-Wolbert c.s. in dat kader is verworpen.
In de brief aan de Tweede Kamer van 8 november meldde de staatssecretaris dat de vergoedingsregeling bedoeld is voor nieuwe cliënten met een intensieve zorgvraag, waarvoor het zorgkantoor geen passend zorgaanbod heeft gecontracteerd. Voor 2012 komen voor deze regeling in principe in aanmerking:
-
cliënten die er voor kiezen minimaal 10 uur zorg per week van hun indicatiebesluit voor de functies persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding te willen inzetten voor deze vergoedingsregeling. Daarbij worden dagdelen groepsgebonden begeleiding geteld als 1 uur
-
cliënten binnen één gezin die gezamenlijk minimaal 10 uur per week hun geïndiceerde zorg willen inzetten voor deze vergoedingsregeling
-
cliënten met aanspraak op de nieuwe functie ADL-assistentie (de nieuwe bewoners van ADL-clusterwoningen)
Voor 2013 gelden opnieuw deze criteria. Daarbij geldt wel een belangrijke wijziging vanwege de decentralisatie van de functie begeleiding naar de gemeenten. Deze functie telt dan niet meer mee bij de 10-uursgrens. De vergoedingsregeling persoonlijke zorg is een nieuwe regeling en kent een overlap met de decentralisatie van de functie begeleiding per 1 januari 2013. De motie-Wolbert c.s. om af te zien van het 10-uurs criterium is verworpen.
Aangenomen moties
-
De motie van het Lid Voortman c.s. dat aanpassingen in het pgb niet ten koste mogen gaan van het kunnen voeren van eigen regie over zorg en dat de zorgverlening door niet-professionele zorgverleners, zoals bijvoorbeeld mantelzorgers, mogelijk moet blijven wanneer de cliënt dat wenst.
-
De motie van het Lid Wiegman-van Meppelen Scheppink c.s. dat het onwenselijk is dat cliënten op een wachtlijst komen te staan wanneer de raming voor de vergoedingsregeling niet toereikend blijkt te zijn en dat daarom geen wachtlijst wordt ingesteld voor de vergoedingsregeling.
-
De motie van het Lid Voortman c.s. is aangehouden. De motie houdt in dat het laatste woord of een aanvrager in aanmerking komt voor deze vergoedingsregeling bij de zorgvrager hoort te liggen en niet bij de zorgverzekeraar. De regering moet bewerkstelligen dat zorgkantoren een aanbod in zorg in natura doen en dat voor wie dat niet wil, het indienen van een zorgplan voldoende is om in aanmerking te komen voor de vergoedingsregeling.
-
Met de motie van het Lid Venrooy-van Ark c.s. wordt de regering verzocht binnen de financiële kaders middelen vrij te maken voor innovatieve zorgaanbieders om daarmee zorgaanbieders die zichzelf bewezen hebben in de pgb-sector ook toegang te geven tot zorg in natura.
-
Met de motie van het Lid Leijten wordt de regering verzocht te regelen dat een onafhankelijke commissie, bestaande uit zorgbehoevenden en zorgaanbieders, beoordeelt of de vraag terecht is dat zorgkantoren aanvragen om de vergoedingsregeling van mensen met een extramurale AWBZ-indicatie met een specifieke, complexe zorgvraag wordt afgewezen.
-
De motie van het Lid van der Staaij waarin de regering wordt verzocht dat, als de ingangsdatum van de vergoedingregeling ongewijzigd zou blijven, deze uitgewerkte criteria uiterlijk 1 december 2011 naar de Kamer worden gezonden, zodat de Kamer zich hierover nog voor het kerstreces kan uitspreken.
-
De motie van het Lid Uitslag waarin de regering wordt opgeroepen om per ommegaande in overleg te treden met de zorgverzekeraars over hoe zij hun zorgplicht in 2012 en 2013 en de rol van de zorgvragers vormgeven en om over de uitkomsten te rapporteren in de volgende voortgangsrapportage Hervorming Langdurige Zorg.
-
Met de motie van de Leden Uitslag en Venrooy-van Ark wordt de regering verzocht om een actieve monitoring van de vergoedingsregeling persoonlijke zorg in samenwerking met MEE en Per Saldo. Bij de uitwerking van de vergoedingsregeling moet namelijk nadrukkelijk aandacht zijn voor eigen regie en participatie van zorgvragers. In geval van weigering van de vergoedingsregeling door de zorgkantoren/de zorgverzekeraars willen de indieners in kaart laten brengen wat de consequenties zijn voor deze groep, met name degene met een zorgvraag van minder dan tien uur.
Moties Vaststelling begrotingsstaat WVS
Relevant voor de Wmo zijn een tweetal moties aangenomen.
-
De motie van de Leden Wolbert en Voortman waarin de regering wordt verzocht de Wmo-werkplaatsen te continueren en zich nadrukkelijk te laten richten op de bestrijden van eenzaamheid en de Kamer tevens in het voorjaar van 2012 te informeren over de manier waarop hieraan wordt voldaan. De Wmo-werkplaatsen leveren een belangrijke bijdrage aan bij- en nascholing van medewerkers, met name waar het gaat om zaken als ketenaanpak, netwerkregie, ondersteuning van kwetsbare doelgroepen en het inrichten van nieuwe collectieve arrangementen. Dit gelet op het voornemen ook de AWBZ-functies dagopvang en begeleiding over te hevelen naar de Wmo.
-
Met de motie van het Lid Gerbrands c.s. verzoeken de indieners de regering geen Zvw-hulpmiddelen en geen AWBZ-hulpmiddelen over te hevelen naar de Wmo, maar deze onder de Zvw te laten vallen en verder niets te veranderen aan de hulpmiddelen die nu onder de Wmo vallen. De reden is dat het verzekerd recht op hulpmiddelen binnen de Wmo vervalt en dat gemeenten operationeel niet zijn uitgerust om deze stroom aan hulpmiddelen in goede banen te leiden.
De motie van de Leden Leijten en de Mos is aangehouden. De motie heeft te maken het wijzigen van het reiskilometerbudget van mensen met een beperking op grond van Valys. Dat budget wordt verlaagd van 750 km per jaar naar 450 km per jaar. In 2013 vindt een nieuwe landelijke aanbesteding plaats en dan kunnen ook de indicatiecriteria herzien worden. De indieners van de motie verzoeken de regering om het reiskilometerbudget voor het Valysvervoer niet te verlagen voor de huidige groep gedurende een jaar tot de nieuwe aanbesteding. Ook wordt verzocht het huidige budget tegen gereduceerd tarief te behouden voor de nieuwe toestroom. Dat zijn degene met een gehandicaptenparkeerkaart (GPK), een OV-begeleiderspas en een AWBZ-indicatie voor verblijf, en voor mensen met alleen een Wmo-vervoersindicatie.
Nog even dit:
Bron: 19-11-2011, Algemeen Dagblad. De VVD-fractie in de gemeente Den Haag stelt dat de Occupy-activisten die al weken op diverse plaatsen in het land in tentenkampen demonstreren, hun uitkering moeten kwijtraken als ze die hebben. De wethouder wil dat sociaal rechercheurs onderzoeken wie van de demonstranten een uitkering heeft. Dit standpunt wordt door de landelijke VVD gesteund. Ik wil er eigenlijk niet veel meer woorden over opschrijven, lees of luister het bericht.
Bron: 17-11-2011, Binnenlands Bestuur. Werklozen met een uitkering die niet bereid zijn om te verhuizen voor een baan worden, als het aan de Minister ligt hard aangepakt. Ook mensen met een uitkering die niet hun verslaving willen aanpakken om hun kansen op werk te vergroten, kunnen rekening op harde maatregelen. Op 17 november was er een debat in de Tweede Kamer over handhaving in de sociale zekerheid. Dat bedrijven Poolse werknemers inhuren om kerstpakketten in te pakken, in plaats van mensen met een uitkering, leidt tot irritatie van de Minister. Kamerlid Malik Azmani vroeg de Minister wat hij gaat doen om een 'cultuurverandering' te bewerkstelligen. De Minister en de Staatssecretaris werken aan een aanscherping van het regime rondom handhaving (fraude en niet willen werken).
De regeringspartijen en gedoogpartner hebben afgesproken dat uitkeringsgerechtigden die door hun gedrag of kleding verhinderen om aan het werk te komen, dit sneller moeten voelen. Zie ook mijn weblog van 23 oktober (onderzoek IWI).
Tot volgende week!
Ingeborg
Reacties:
| elke week weer steek ik heel veel op! groet, Marie-Therese marie-therese bindels- 05-12-2011 |
Reageren:
